|
Home
> Algemeen > Geschiedenis
Geschiedenis van de faculteit De Faculteit Sociale Wetenschappen dateert van 1971. Maar haar geschiedenis reikt verder. Aan de oorsprong ervan ligt de School voor Politieke en Sociale Wetenschappen, die in 1892 werd opgericht als een annex van de Rechtsfaculteit. In 1950 werd deze School ondergebracht in de nieuwe Faculteit voor Economische en Sociale Wetenschappen. Uit de splitsing van deze faculteit ontstond tenslotte in 1971 de Faculteit Sociale Wetenschappen. De School voor Politieke en Sociale Wetenschappen (1892-1964) ontstond aan het einde van de negentiende eeuw, toen snelle industrialisering en opkomende democratie de nood aan politieke sturing deden groeien. Vergelijkbare scholen ontstonden in het buitenland en aan de andere Belgische universiteiten. Het is in diezelfde periode dat figuren als Emile Durkheim (1858-1917) in Frankrijk, of Max Weber (1864-1920) in Duitsland, hun stempel op de ontluikende sociologie drukten. De Durkheimiaanse sociologie werd wegens haar positivistische inslag in Leuven evenwel met grote argwaan bekeken. Het programma van de School voor Politieke en Sociale Wetenschappen was eerder pragmatisch van opzet en bood in feite een voortgezette opleiding voor rechtsstudenten die zich wilden bekwamen in de studie van politieke instellingen, diplomatieke relaties en sociale wetgeving. De stichters waren de jurist Jules Van den Heuvel (1854-1926) en de historicus Victor Brants(1856-1917). Maar het was vooral de jurist Léon Dupriez(1863-1942) die zowel door zijn leeropdracht (vergelijkend publiekrecht) als door zijn bestuurlijke taken lange tijd het gezicht van de School vormde. Hij werd als voorzitter van de School opgevolgd door de jurist Alfred Nerincx (1872-1943). De Faculteit Sociale Wetenschappen reikt vandaag nog steeds twee prijzen uit die de namen dragen van Jules Van den Heuvel en Alfred Nerincx. De tijdsgeest van de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw – gekenmerkt door economische instabiliteit en dictatuur – had een weerslag op het programma van de School voor Politieke en Sociale Wetenschappen. Recht en instellingen moesten voortaan onderdoen voor de studie van economische en sociale factoren. Met de komst van de moraalfilosoof Jacques Leclercq(1891-1971) in 1938 nam het programma van de School meer en meer afstand van de juridische opleiding. Onder impuls van deze non-conformistische priester brak na de Tweede Wereldoorlog aan de Leuvense universiteit de moderne sociologie door, eerst met haar beschrijvende, maar al snel met haar theoretische aanpak, die na de Bevrijding zeer sterk door Amerikaanse tendensen werd beïnvloed. In de uitbouw van de sociologie speelde ook professor Pierre De Bie (1917-1996) een cruciale rol. Sociale statistiek deed haar intrede in de opleiding. Deze evolutie leidde tot grotere autonomie van de School voor Politieke en Sociale Wetenschappen, die in 1950 met de School voor Economische Wetenschappen een nieuwe, zesde faculteit vormde: de Faculteit voor Economische en Sociale Wetenschappen. Naast de vierjarige opleiding van licentiaat in de politieke en sociale wetenschappen kwam er in 1963 tenslotte een opleiding van licentiaat in de sociologie. Dat betekende meteen ook het einde van de oude School. Vanaf 1964 werd zij opgevolgd door twee instituten: het Instituut voor Politieke en Sociale Wetenschappen en het Instituut voor Sociologie. Vanaf de jaren dertig trokken ook pers, film en radio als nieuwe “grootmachten” de aandacht van de universiteiten. Hoewel reeds voor 1940 was aangedrongen op een school voor journalistiek, kwam de “pers- en communicatiewetenschap” in Leuven pas na de Tweede Wereldoorlog tot ontwikkeling om in 1958 een duidelijk herkenbare plaats te krijgen in het curriculum, weliswaar als een keuzerichting in de opleiding politieke en sociale wetenschappen. De titel van licentiaat in de communicatiewetenschap werd pas ingevoerd in 1975. De pionier op dit terrein was professor Nabor De Volder(1909-1967). Omstreeks 1960 kende ook de politieke wetenschap s.s. een vernieuwing, die veel te maken had met de opgang van de sociologie. De overwegend juridische en historische studie van parlementaire instellingen, openbaar bestuur en internationale betrekkingen, werd nu aangevuld met de politieke sociologie, die minder oog had voor juridische en normatieve teksten, dan wel voor de reële machtscentra en de feitelijke actoren in het politieke besluitvormingsproces. Het was een uiting van de belangrijke rol die politieke partijen en vakbonden in het politieke leven hadden verworven. Deze vernieuwing werd gedragen door de jurist Jan De Meyer, directeur van het tijdschrift Res Publica, en stichter van het Centrum voor Politieke Studiën. Tot aan de Tweede Wereldoorlog was de School voor Politieke en Sociale Wetenschappen minder belangrijk voor haar onderzoek (dat vrijwel uitsluitend via de proefschriften gebeurde), dan wel voor haar opleiding en maatschappelijke functie. Veel professoren cumuleerden hun opdracht met een politiek mandaat en de studenten werden voorbereid op leidinggevende taken in staat en maatschappij. Na de Tweede Wereldoorlog daarentegen kwamen in groeiende mate wetenschappelijke deskundigheid en onderzoeksgerichtheid centraal te staan. Vanaf het einde van de jaren vijftig werden trouwens door de nationale overheid grote inspanningen gedaan om, in het kader van de keynesiaanse welvaartstaat en met het oog op de economische expansie, het wetenschappelijk onderzoek aan de universiteiten te stimuleren. In die context kwam in 1961 het groots opgezette Instituut voor Economisch, Sociaal en Politiek Onderzoek (IESPO) tot stand. De initiatiefnemer ervan was professor Eugeen De Jonghe(1922-1996). Hier werd de aanzet gegeven tot de eerste centra van wetenschappelijk onderzoek die zouden uitmonden in de drie departementen die in 1971 de basis van de nieuwe Faculteit Sociale Wetenschappen vormden. De financiering van de universiteiten liet toe onderzoeksassistenten aan te trekken. Bovendien werd voor het IESPO een nieuwe campus gebouwd tussen de Parkstraat en de Van Evenstraat, waar zich nog steeds de gebouwen van de Faculteit Sociale Wetenschappen bevinden. De boekencollecties van IESPO vormden de basis van de huidige Bibliotheek van de Sociale Wetenschappen (SBIB). De School voor Politieke en Sociale Wetenschappen was aanvankelijk, zoals de rest van de Leuvense universiteit, Franstalig. Na de vernederlandsing van enkele cursussen na de Eerste Wereldoorlog vormden de jaren dertig de doorbraak van de vernederlandsing van de opleiding, die leidde tot twee naast elkaar bestaande secties binnen de School. Een dynamische rol in dat vernederlandsingsproces werd gespeeld door de professoren Fernand Van Goethem (1895-1974) en Gaston Eyskens (1905-1988). Tot in de jaren zestig bleef het bestuur van de School evenwel tweetalig en zelfs in hoge mate Franstalig. Hieraan kwam een einde met de taalkundige splitsing van de Leuvense faculteiten begin jaren zestig en de stichting van de Nederlandstalige Katholieke Universiteit Leuven in 1968. De geboorte van een autonome Vlaamse universiteit te Leuven was niet alleen het resultaat van een proces van vernederlandsing. Het was ook het resultaat van modernisering en secularisering, waarbij ook de katholieke universiteit in de eerste plaats een wetenschappelijke ratio ging volgen. Deze evolutie was zeker merkbaar in de sociale wetenschappen. Wetenschappelijke deskundigheid en onderzoeks-gerichtheid stonden voortaan centraal. De sociologie ontdeed zich van haar sociaal-wijsgerige inkadering. De keuze voor een empirische wetenschap liet zich ook voelen in de politieke wetenschappen en in de communicatiewetenschap. Was voordien de sociale filosofie een belangrijke motor van verandering in een voluntaristisch, ethisch perspectief, dan geloofde de sociologie voortaan in de kracht van haar eigen zakelijke analyses en bevindingen. Zij meende haar maatschappelijke functie te kunnen vervullen door in alle autonomie haar wetenschappelijk gehalte te verhogen. De jaren zestig legden daardoor de basis voor de huidige faculteit. In 1971 ontstond dan de Faculteit Sociale Wetenschappen. In de nieuwe Faculteit gaf de sociologie de toon aan; het sociologisch onderzoek en de sociologische opleiding werden beschouwd als de ruggegraat van de Faculteit. Zowel de opleiding in de poltieke wetenschappen als in de communicatiewetenschap werden in belangrijke mate door een sociologische invalshoek getekend. In tegenstelling met andere faculteiten, behielden de opleidingen van de faculteit sociale wetenchappen daardoor steeds een sterke gemeenschappelijke aanpak. Op het vlak van het onderzoek telt de Faculteit sedert 1971 drie departementen (Politieke Wetenschappen, Communicatiewetenschap, Sociologie), die op hun beurt bestaan uit afdelingen die zeer uiteenlopende gebieden beslaan. De re-allocatie van middelen binnen de universiteit leidde in 1994 tot de verschuiving van de afdeling politiek en sociaal denken naar het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte. Op het vlak van het onderwijs telt de Faculteit sedert 1975 een gemeenschappelijke kandidatuuropleiding, drie afstudeerrichtingen die leiden tot het diploma van licentiaat (Politieke Wetenschappen, Communicatiewetenschap en Sociologie) en een gemeenschappelijke titel van doctor in sociale wetenschappen. In de jaren tachtig en negentig (met de cultuuromslag die we gemakshalve als post-modern bestempelen) verzwakte de aantrekkingskracht van de sociologie en kenden politieke wetenschappen en vooral communicatiewetenschappen een sterke expansie. Sedert het universiteitsdecreet van 1991 reikt de Faculteit ook enkele diploma’s in de aanvullende of gespecialiseerde studies uit: Bestuurskunde, Internationale Betrekkingen, European Master in Public Administration (EMPA), Media- en Informatiekunde. De invoering van de Bama-structuur zal leiden tot een grotere differentiatie van de verschillende richtingen, zowel op het niveau van de bachelor als van de master. In 2005 werden de drie departementen afgeschaft en omgevormd tot onderzoekseenheden:de School voor Massacommunicatieresearch, het Centrum voor Mediacultuur en Communicatietechnologie, het Centrum voor Politicologie, het Instituut voor Internationaal en Europees Beleid, het Instituut voor de Overheid en het Centrum voor Sociologisch Onderzoek. In 2006 vervoegde de opleidingen antropologie en de onderzoekseenheden 'Africa Research Centre' en 'Intercultarism, Migration, Minorities Research Centre' de Faculteit Sociale Wetenschappen. LiteratuurE. Gerard, Sociale wetenschappen aan de Katholieke Universiteit te Leuven 1892-1992, Politica Cahier nr. 3, november 1992, 189 blz.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven Realisatie: Peter Aspeslagh | Laatste wijziging: 26-02-2007 URL: http://soc.kuleuven.be/sw/algemeen/geschiedenis.htm |