Over SBOV I
Partners Contact    
Uw feedback
 
Onderzoek
Publicaties
 
 
 
English

Onderzoeksrapport: Inzetbaarheid van jong en oud. Nationale en internationale ervaringen (2006)

Vanmullem Kathleen & Hondeghem Annie (2006)
Project: SBOV - Spoor HRM & veranderingsmanagement: Onderzoek naar het voeren van een leeftijdsbewust personeelsbeleid
Depotnr: D/2006/10106/004

Inleiding rapport

Dit is het derde rapport binnen het onderzoeksproject ‘Leeftijdsbewust personeelsbeleid’. Na een verkenning van het onderzoek, de ontwikkeling van een conceptueel model en eerste toetsing van het model binnen de Vlaamse overheid, bestuderen we in dit rapport een aantal cases, zowel op nationaal als internationaal vlak. Via casestudies willen we op zoek gaan hoe andere landen/organisaties omgaan met de vergrijzende samenleving.

In de eerste plaats hebben we in dit rapport een internationaal vergelijkende literatuurstudie gemaakt waarin we onderzoeken hoe andere landen met de vergrijzing geconfronteerd worden en hiermee omgaan. Al bij de eerste verkenning van het onderzoek werd duidelijk dat o.a. de Scandinavische landen reeds behoorlijk wat inspanningen hebben geleverd en beter voorbereid zijn op de aanstormende vergrijzing. De vraag is dan ook hoe deze landen omgaan met deze demografische uitdagingen en welke acties al ondernomen werden. Naast Zweden, Finland en Noorwegen bespreken we ook Nederland omdat de Nederlandse regering de laatste jaren grote inspanningen aan het leveren is om mensen langer actief te houden.

Met de landenstudie willen we vooral inzicht krijgen op welke manier overheden acties ondernemen op macroniveau. De implicaties op mesoniveau (personeelsbeleid binnen de publieke sector) van alle veranderingen op macroniveau is minder duidelijk omwille van een beperkt aantal beschikbare documenten in het Engels hieromtrent. Ondanks een hiaat in het onderzoeksmateriaal wijzen de beperkt beschikbare documenten er wel op dat de meerderheid van de opgezette initiatieven en maatregelen gelden in de private als publieke sector. Dit is vooral het gevolg van het geringe verschil in machtspositie tussen werknemer en ambtenaar in de bestudeerde landen. Daarbij komt dat de voorbije jaren in de bestudeerde landen hervormingen zijn doorgevoerd op het vlak van overheidsmanagement, waarbij ook veranderingen binnen het personeelsbeleid van de overheid werden doorgevoerd. Principes van New Public Management op vlak van personeelsbeleid leidden onder andere tot meer aandacht voor de competenties, uitgebreide opleidingen en een aangepast beloningssysteem (Bouckaert en Pollit, 2004).

Gezien de beperktheid van dit internationaal vergelijkend onderzoek is het hier niet de bedoeling geweest een uitgebreid verslag te geven van de overheidshervormingen, maar om inzicht te brengen in de manier waarop andere landen omgaan met een vergrijzende samenleving. De maatregelen die we bespreken zijn vooral genomen op macroniveau, maar hebben gevolgen op mesoniveau (overheidsorganisaties). Deze studie beoogt een algemeen beeld te schetsen van het beleid bij onze noorderburen, eerder dan een praktische beschrijving van de ondernomen acties. Een internationaal vergelijkende literatuurstudie staat ons immers niet toe om direct implementeerbare beschrijvingen en analyses te formuleren. Hiervoor is een studie op het terrein noodzakelijk, misschien een suggestie voor een volgend project.

In het tweede deel van het rapport bespreken we een aantal Vlaamse cases in de private sector. Het doel van deze casestudie is om na te gaan hoe Belgische/Vlaamse bedrijven acties ondernemen om het verouderende personeel inzetbaar en gemotiveerd te houden op de werkvloer. De bedrijven of organisaties werden geselecteerd omdat deze telkens op een eigen manier invulling geven aan het voeren van een ‘leeftijdsbewust personeelsbeleid’ of het opstellen van een beleid aangepast aan de oudere werknemers. Het is dan ook niet de bedoeling om telkens het volledige personeelsbeleid in kaart te brengen. We focussen ons op initiatieven die specifiek gericht zijn op het inzetbaar en gemotiveerd houden van (oudere) medewerkers. De informatie over de iedere organisatie werd verzameld via een interview met een HR-verantwoordelijke. Deze interviews werden afgenomen eind 2005.

Inhoudstafel

INLEIDING

1 FINLAND

1.1 Demografische context
1.2 Nationale initiatieven en programma’s

1.2.1 Respect for the ageing
1.2.2 The Finnish National Programme on Ageing Workers (NPAW)
1.2.3 National well-being at work programme (2000- 2003)
1.2.4 Workplace development programme (TYKE-FWDP) (1996-1999, 2000-2003)
1.2.5 The national productivity programme (1993-2003)
1.2.6 TYKES-FWDP programme (2004-2009) (Alasoini, 2004)
1.2.7 ‘Quality of working life’ surveys

1.3 Hervormingen in de publieke sector
1.4 Pensioenhervormingen
1.5 Samenvatting

2 NOORWEGEN

2.1 Demografische context
2.2 Nationale initiatieven en programma’s

2.2.1 Commissie ‘work and retirement’
2.2.2 Commissie ‘Flexible retirement’
2.2.3 An including working life
2.2.4 Competence reform (2000)

2.3 Hervormingen in de publieke sector
2.4 Pensioenhervormingen
2.5 Samenvatting

3 NEDERLAND

3.1 Demografische context
3.2 Nationale programma’s en maatregelen

3.2.1 Advies SER
3.2.2 Taskforce ‘Ouderen en Arbeid’
3.2.3 Kabinetsstandpunt ‘Stimuleren langer werken van ouderen’
3.2.4 Premievrijstelling WAO voor oudere werknemers
3.2.5 Sollicitatieplicht ouderen
3.2.6 Verbod bij wet op leeftijdsdiscriminatie
3.2.7 Afschaffen van de vervolguitkering WW
3.2.8 Wettelijk recht op knipbepaling

3.3 Hervormingen in de publieke sector
3.4 Pensioenhervormingen
3.5 Samenvatting

4 ZWEDEN

4.1 Demografische context
4.2 Nationale programma’s en initiatieven

4.2.1 Zweedse werkethiek
4.2.2 Arbeidsmarktprogramma’s
4.2.3 ’11-point programme for better health in working life’
4.2.4 Degelijke traditie van levenslang leren

4.3 Hervormingen in de publieke sector
4.4 Pensioenhervormingen
4.5 Samenvatting

5 SYNTHESE LANDENSTUDIE

5.1 Het grote verschil tussen de Scandinavische en de Continentale landen
5.2 Keuze van beleid en maatregelen

5.2.1 Communicatie
5.2.2 Welzijn en werkomstandigheden
5.2.3 Levenslang leren
5.2.4 Managementpraktijken en tools
5.2.5 Re-integratie stimuleren

5.3 Pensioenhervormingen
5.4 Lessen voor de Vlaamse overheid

6 PRAKTIJKVOORBEELDEN IN BELGIË

6.1 Private sector

6.1.1 Fortis
6.1.2 Volvo
6.1.3 Deceuninck
6.1.4 Daikin Europe

6.2 Publieke sector

6.2.1 Virga Jesseziekenhuis

6.3 Lessen voor de Vlaamse overheid

BIBLIOGRAFIE

Intranet
Met de steun van de Vlaamse Overheid | Copyright © K.U.Leuven | Reacties op de inhoud: Anita Van Gils | Datum laatste wijziging: 16-09-2011 | http://www.steunpuntbov.be