|
![]() |
| SBOV III | Partners | Contact | ||||||||||||||||||||||||||
|
OPDRACHTGEVER Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap LOOPTIJD Oktober 2001 - december 2006 UITVOERDERS Instituut
voor de Overheid Het spoor eGovernment heeft als algemene doelstelling de expertise van de Vlaamse overheden inzake elektronisch openbaar bestuur te vergroten en te ondersteunen, zowel wat het academisch onderzoek als de beleidsondersteunende capaciteit betreft. Volgende projecten zullen op basis van wetenschappelijke onderzoeksmethodes leiden tot beleidsrelevante output die de Vlaamse overheden zal bijstaan in de te nemen keuzes op vlak van eGovernment:
De opdeling intra-, extra- en interbestuurlijk is gehanteerd om greep te krijgen op de diverse processen die dwars door elkaar de impact van ICT op de samenleving en de overheid bepalen. Het spoor eGovernment heeft een aantal intersecties met andere sporen van het Steunpunt; meer in het algemeen valt een 'vlucht vooruit' in de technologie van overheden op verschillende bestuursniveaus op. De literatuur inzake eGovernment wijst op een reeks bestuurskundige aspecten van de introductie en de implementatie van eGovernment voor overheidsbeleid. Het is van groot belang om deze bestuurskundige vragen in kaart te brengen en ze als leidraad te gebruiken om de Vlaamse overheid volledig en nauwgezet te informeren over factoren die een rol spelen in het uitbouwen van een volwaardig eGovernment beleid. eGovernment randvoorwaarden en best practices dienen prioriteiten en mogelijke knelpunten ruim op voorhand te belichten. Zo wordt een evenwichtige, kosteffectieve invoer en uitbouw van eGovernment in Vlaanderen een realiteit. De bijdrage aan de wetenschappelijke vooruitgang in de studie van eGovernment en de informatiesamenleving in Vlaanderen vereist een duidelijke afbakening van themata en een benadering om ze voor bestuurskundig onderzoek te ontsluiten. Themata zoals ‘interbestuurlijke samenwerking’ en ‘virtuele front- en back-office’ vereisen inventarisatie én evaluatie van bestaande toepassingen om tot gedegen, onderbouwde uitspraken te komen. Toegepast onderzoek leidt uiteindelijk tot de formulering van eGovernment criteria voor de specifiek Vlaamse context. In het onderzoek zal gebruik worden gemaakt van uiteenlopende methodologieën zoals surveys en case studies. Tijdens 2001 en 2002 werden de krachtlijnen van het Vlaamse eGovernment
beleid ontleed (2001-2002) en werd een internationaal vergelijkende landenstudie
uitgevoerd.
Op deze manier werd een kennisbasis uitgebouwd en een verzameling kenmerken
of criteria aangelegd die een inductieve onderzoeksmethodologie in 2003 dienen
te voeden. Van meet af aan werd de uitbouw van een strikt wetenschappelijke
benadering voorgesteld die op inductieve wijze (veldonderzoek in beleidsdomeinen)
een deductief opgebouwd model (de triade intra-, inter- en extrabestuurlijke
aspecten van eGovernment) aan een praktijktoets moet onderwerpen. Valorisatie gebeurt door de publicatie van rapporten, artikelen, hoofdstukken in boeken, bilaterale contacten met ambtenaren en concrete adviezen. Het onderzoek resulteerde op gezette tijdstippen in concrete resultaten. Een eerste rapport werd gefinaliseerd in juli 2002 en licht de krachtlijnen en thema’s toe van het Vlaamse eGovernment beleid. Het tweede rapport, dat begin 2003 werd afgerond levert een internationaal comparatief onderzoek naar eGovernment op. Dit rapport werd ook hertaald in een bevattelijke executive summary (september 2003). Een derde rapport (oktober 2003) onderzocht een reeks van internationale eGovernment benchmarks. Begin 2004 verscheen er een vierde rapport over het prioriteren van eGovernment. De verschillende rapporten (internationaal comparatief onderzoek, benchmarking en prioritering) werden toegelicht op een studiedag op 17 februari 2004. Aan deze studiedag, die doorging te Brussel, namen 117 mensen deel van de verschillende overheidsniveaus en consultancy-wereld. Vanaf 2004 is er gewerkt in drie verschillende sporen (intra-, extra- en interbestuurlijk). Elk van deze sporen resulteerde in verschillende rapporten (zie publicaties). Het onderzoek resulteerde in advies voor de Vlaamse overheid (bv. eGovernment sessie bij Toerisme Vlaanderen, ondersteuning CORVE bij selectie VIP-projecten, overlegvergadering gemeente Maldegem).
Andere publicaties vindt u in onze publicatiedatabank. BELEIDSAANBEVELINGEN 2001-2003 In het rapport ‘internationale trends op het vlak van eGovernment’, hetgeen gebaseerd is op het rapport ‘de praktijk van eGovernment in zeven landen van de OECD’, worden de verschillende trends weergegeven die in het buitenland te vinden zijn op het vlak van eGovernment. Hierbij wordt zowel gekeken naar de beleidsvoorbereiding (de verschillende beleidsdocumenten en doelstellingen omtrent eGovernment) als de concrete beleidspraktijk (zowel voor eAdministratie als eDemocratie). Uit deze verschillende trends valt af te leiden dat er een groot aantal overeenkomsten zijn in het beleid in verschillende landen. In de beleidspraktijk zien we drie hefbomen steeds terugkeren: kwantitatieve richtlijnen op het vlak van eGovernment, nood aan coördinatie van het beleid en de financiering van projecten. In het rapport ‘benchmarken
van eGovernment’ wordt nagegaan wat benchmarking
voor het Vlaamse eGovernment kan betekenen. Hoe moeten we deze benchmarks beoordelen
en wat kunnen we er in de Vlaamse context mee doen? In het rapport wordt een
selectie van achttien benchmarks onderzocht. Hierbij komen vier verschillende
soorten benchmarks aan bod: studies naar de aanbodzijde van eGovernment, studies
naar de vraagzijde van eGovernment, studies waarbij eGovernment in het geheel
van de informatiesamenleving wordt geplaatst en tot slot, studies waarbij de
focus ligt op het ontwikkelen van indicatoren voor het meten van de informatiesamenleving. Het rapport ‘prioriteren van eGovernment’ ging dieper in op selectiemethoden van eGovernment projecten. Hoe kan de Vlaamse overheid een gebalanceerd portfolio van projecten maken? In het rapport wordt er een beschrijving gegeven van de prioriteringsmethoden van het Verenigd Koninkrijk en Canada. Vervolgens worden, vanuit een analyse van de prioriteringsmethode van de Vlaamse overheid, een aantal beleidsaanbevelingen geformuleerd die rekening houden met de context van de Beter Bestuurlijk Beleid hervorming. Centraal in deze beleidsaanbeveling staan de noodzaak tot het ontwikkelen van goede business cases en het stimuleren van beleidsdomeinoverschrijdende en integrerende projecten.
Wetenschappelijke medewerkers:
Wetenschappelijke ondersteuning:
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
|