SBOV I
SBOV III Partners Contact  
 
Onderzoek
Publicaties
 
 
 
English

B-project: Het nieuwe strategische adviesstelsel: een verbeteringsgerichte procesevaluatie (2009)

Omschrijving

Samen met de herstructurering van de Vlaamse administratie onder de noemer Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) besliste de Vlaamse Regering in 2001 dat een herstructurering van het bestaande adviesstelsel moest worden doorgevoerd. Om het advieslandschap te stroomlijnen werd een decreet tot regeling van de strategische adviesraden opgemaakt (decreet van 18 juli 2003). Dat kaderdecreet bepaalt dat, in de mate van het mogelijke, per beleidsdomein één strategische adviesraad wordt opgericht. Daarnaast legt het decreet een aantal algemene principes vast inzake adviesverlening en werking.

De decreetgever erkende expliciet zowel de rol en de waarde van het maatschappelijk middenveld, als de inbreng van onafhankelijke deskundigen. De betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de totstandkoming van het beleid is uitermate belangrijk. Voeling houden met en toetsen van beleidsintenties aan deze actoren vergroot de kans op het verwerven van een maatschappelijk draagvlak voor het beleid. Anderzijds kunnen ook onafhankelijke deskundigen, die gespecialiseerd zijn in een bepaalde beleidsmaterie en een geïntegreerde visie hebben over de grenzen van beleidsvelden of beleidsdomeinen heen, vanuit hun expertise een toegevoegde waarde leveren aan de beleidsvoering.

In het kader van het structureel overleg tussen de Vlaamse Regering en de Verenigde Verenigingen werd afgesproken dat een evaluatie zou plaatsvinden van de werking van de strategische adviesraden (SAR’s). Deze evaluatie vond plaats tijdens de periode tussen februari en september 2009.

Vraagstelling

  1. Hoe verloopt het proces van advisering bij de strategische adviesraden?
  2. oe kan dit proces verbeterd worden?

Onderzoeksontwerp

Theoretisch kader

Het onderzoek sluit aan bij de cluster “Vernieuwde relaties burger bestuur” en steunt op de theoretische ontwikkeling rond inspraakprocessen die ook in dit spoor gehanteerd worden. Uit deze theorieën werden een aantal kritische succesfactoren gedistilleerd die de uitkomsten van het proces van advisering, met name de doorwerking en kwaliteit van adviezen, in positieve zin zouden kunnen beïnvloeden. Centraal in de analyse staat het begrip legitimiteit. Het begrip laat toe een aantal normatieve elementen voor analyse te combineren met de waarderingen en percepties uit het veld.

Studieobject

Inspraakprocessen zijn divers. Dit kortetermijnproject van het SBOV focuste zich op de concrete werking en het proces van advisering bij de strategische adviesraden in de Vlaamse Overheid.

Methodologie

Er werden zowel kwantitatieve als kwalitatieve technieken aangewend om in de breedte als in de diepte antwoorden te formuleren op de evaluatievragen. De keuze van de technieken hing samen met de evaluatievraag. Er werd gebruik gemaakt van een documentenanalyse die naar aanleiding van de beperkte tijd waarbinnen het onderzoek diende te worden uitgevoerd, beperkt bleef tot een algemene analyse van het adviesstelsel op basis van het Kaderdecreet. Belangrijkere methoden voor informatieverzameling was het afnemen van interviews met een aantal actoren (stakeholders als medewerkers van SAR’s) in de pilootfase van het onderzoek; en een survey voor de tweede fase van het onderzoek, bij de leden van de algemene raad van negen strategische adviesraden.

Valorisatie

Het project werd op verschillende manieren gevaloriseerd. Ten eerste verschijnen de rapportages in lijn met de publicatiestrategie van het SBOV. Voor de eerste fase van het onderzoek houdt dit een tussentijdse nota in met eventueel reeds een aantal bevindingen die uit het onderzoek naar voor komen. Het uiteindelijke eindrapport bevat concrete aanbevelingen ter optimalisering van de adviespraktijk. Een derde output is een toolbox voor zelfevaluatie. Deze toolbox bevat een aantal principes en mechanismen op basis waarvan de strategische adviesraden in de toekomst zelf kunnen komen tot een evaluatie van de kwaliteit en de doorwerking van hun adviezen. Tot slot werd de inhoud van het onderzoek en de resultaten ervan ook toegelicht bij de strategische adviesraden zelf indien zij dat wensten.

Fasering

  1. Literatuurstudie
  2. Documentenanalyse adviesstelsel
  3. Interviews actoren pilootcases
  4. Opstelling en verfijning survey
  5. Afname survey bij strategische adviesraden
  6. Verwerking resultaten en analyse survey
  7. Opstellen  toolbox voor zelfevaluatie

Klankbordgroep

De klankbordgroep staat in voor het geven van adviezen en inhoudelijke feedback op het onderzoek. De leden van de klankbordgroep vertegenwoordigen de Vlaamse Regering, de Verenigde Verenigingen, de strategische adviesraden en het onderzoeksteam.

Relevantie

Het onderzoeksproject levert in eerste instantie een bijdrage aan de bestaande en beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie in dit onderzoeksdomein.
Het is, ten tweede, een grondige verkenning van het nieuwe strategische adviesstelsel die leidt tot de formulering van een aantal aanbevelingen. Deze zijn gericht op een optimalisatie van het adviesproces in de strategische adviesraden.
Het project biedt de strategische adviesraden, ten derde, een overkoepelend instrument voor zelfevaluatie aan op basis waarvan zij in de toekomst zelf het proces en de resultaten van advisering kunnen nagaan. Dit overkoepelende kader wordt voorzien onder de vorm van een zelfscan.

Die zelfscan voorziet enerzijds in een vragenlijst ter evaluatie van de adviesraden, en geeft anderzijds de aanzet tot het opstellen van een checklist (doc) met instrumenten ter optimalisering van de werking van de raden.

Onderzoeksresultaten

De analyse van de werking van het nieuwe strategische adviesstelsel heeft geleid tot de formulering van negen aanbevelingen. Deze aanbevelingen werden geformuleerd voor de strategische adviesraden zelf, maar ook ten aanzien van de beleidsverantwoordelijken. Het gaat onder meer om een uitbreiding van de adviestermijn bij adviesvragen en een bekrachtiging van het werken met adviezen op conceptnota's of green papers, het belang van het werkprogramma als strategisch instrument, de aandacht voor een goed management van het adviesproces zowel op technisch als op interpersoonlijk vlak, en een bredere kijk op de doorwerking van de adviezen. Deze bevindingen en aanbevelingen steunen op een brede analyse bij de stakeholders van de raden.

Onderzoekers

K.U.Leuven, Instituut voor de Overheid & Hogeschool Gent, Vakgroep Bestuur en Beleid
Coördinatie: Prof. dr. Marleen Brans (K.U.Leuven), dr. Diederik Vancoppenolle (HoGent) & drs. Jan Van Damme (K.U.Leuven)
Uitvoering: Ellen Fobé

Intranet
Met de steun van de Vlaamse Overheid | Copyright © K.U.Leuven | Reacties op de inhoud: Anita Van Gils | Datum laatste wijziging: 21-12-2011 | http://www.steunpuntbov.be