Lara Croft headphones graffiti LPs Zap muurschildering

Muziektermen

Prijsvorming

zie ook: Distributie

De rendabiliteit van een fonogram kan geëvalueerd worden aan de hand van de formule:

eenmalige kosten + (meermalige kosten x hoeveelheid) = hoeveelheid x gemiddelde prijs.

Daarvan afgeleid:

gemiddelde prijs = (eenmalige kosten : hoeveelheid) + meermalige kosten
kostendekkende hoeveelheid = eenmalige kosten : (gemiddelde prijs - meermalige kosten)

Tot de eenmalige kosten worden gerekend: alle flat fees (voor producer, backing vocals, sessiemuzikanten, arrangeur ... a rato van aantal en reputatie van de ingehuurden en van de duur van de opname), opnamekosten (studiohuur en fees voor de aan de studio verbonden geluidstechnici en de mixing), kosten voor de (digitale) gravure (cutting) en matrijsaanmaak (mastering), kosten voor het drukwerk, kosten voor A&R , marketing en promotie , administratiekosten en vaste werkingskosten of overheads (personeelswedden, huur van gebouwen, kosten wagenpark ...). Tot de meermalige kosten (gemaakt per fonogram) worden gerekend: de mechanische reproductierechten, alle royalties (voor de artiesten maar eventueel ook voor de producer), kosten voor aanmaak inclusief verpakking (pressing fees), kosten voor distributie en verkoop, BTW. Ook zonder vaste prijsbinding schommelt de kostprijs van een fonogram slechts binnen beperkte marges die gesteld worden op de plaats van verkoop. Hoe groter daar de afname hoe groter de kortingen toegestaan door de fonogramfirma aan het verkooppunt (gaande tot 15%). Met het aantal verkochte exemplaren neemt het belang van de eenmalige kosten (vooral door de fonogramfirma gecontroleerd) af en dat van de meermalige kosten (en diegenen die ze opstrijken, auteurs en uitvoerders) toe. In een risicoproductie bij een gering verwachte verkoop zal de fonogramfirma minder geneigd zijn grote eenmalige kosten te investeren. In economische zin zijn de vaste kosten - wijzigen niet ongeacht de productie: BTW (21%, een federale en geen Vlaamse materie), mechanische reproductierechten, fabricage- en distributiekosten (persen CD, drukken CD-boekje, bevoorrading winkels: samen goed voor 10 à 15%) en zijn variabele kosten - variëren naargelang de productie: royalties, A&R (inbegrepen studiohuur, loon producer, mixer, … artwork en eventueel videoclip), marketingbudget, overhead, netto-winst.
Voor 1992 geldt volgende prijsvorming voor een CD met een kostprijs van 750 BEF: BTW: 150 BEF (dan 19.5%), distributie (groot- en kleinhandel): 240 BEF (32%), fonogramfirma: 360 BEF (48%) waarvan artistieke productie (opnamekosten, auteursrechten , royalties): 160 BEF (21.3%), aanmaak: 70 BEF (9.3%) en werkingskosten en winstmarge: 130 BEF (17.3%). Anders berekend maar ook voor 1992 respektievelijk voor pop/klassiek: de PPD (433/356 BEF) verminderd met 13% kortingen (of gratis producten, uitverkoop of vernietiging stock) bedraagt 377/310 BEF incasso voor de producent, wat nu gelijkgesteld wordt aan 100%; industriële kostprijs voor het aanmaken van de CD inclusief jewel box: 70/70 BEF (18.6/22.5%), technische initiële kosten (matrijsaanmaak, fotografie, hoes): 5/5 BEF (1.3/1.6%), realisatiekosten (opname, voorschotten, royalties): 134/110 BEF (35.5/35.5%), mechanische reproductierechten op PPD: 41/11 BEF (10.9/3.5%), distributiekosten: 15/12 BEF (4/4%), promotiekosten: 25/20 BEF (6.5/6.5%), algemene kosten (lonen ...): 57/47 BEF (15/15%), winstmarge: 30/35 BEF (8/11.3%). Voor 1999 ligt volgende berekening voor voor een CD-prijs van 750 BEF: BTW (21%): 130 BEF, marge van de kleinhandelaar: ongeveer 190 BEF, auteursrechten: ongeveer 40 BEF, artiestenroyalty's: tot 150 BEF, prijs van de drager en het persen: ongeveer 40 BEF, verkoopkosten (administratie, verdeling): tot 80 BEF, opname- en marketingkosten: variërend per CD.
Begin 2001 wordt volgende schatting gemaakt door Knack van een CD van gemiddeld 700 Bfr: 50 Bef auteursrechten (50% muziekuitgever, 25% componist, 25% telkstschrijver), 300 Bef fonogramfirma (50 Bef opname, 50 Bef promotie, 100 Bef risico, 100 Bef winst), 50 Bef uitvoerders, 125 Bef BTW (21%), 75 Bef verkoopunt, 100 Bef verdeler/groothandelaar. Half 2001 wordt in De Morgen volgende opsplitsing gemaakt voor een CD van 800 Bef: BTW: 168 Bef (21%), copyrights: 72 Bef (9%), fabricage-en distributiekosten: 120 Bef (15%), royalties: 200 Bef (25%), variabele kosten (zijnde A&R, marketing, overhead en winst): 240 Bef (30%); in een lezersbrief gecorrigeerd tot: BTW: 139 Bef, copyrights: 45 Bef (want niet berekend op 800 Bef, maar op de PPD, meestal 450 tot 525 Bef), fabricage-en distributiekosten: 120 Bef (maar aan de hoge kant), royalties: 15% ligt dichter bij de werkelijkheid, brutowinst van de detailhandel is niet opgenomen.
Half 2003 publiceert Knack volgende gegevens in euro voor een cd van 17 euro: BTW (21%) 3.57, winst winkel 2 à 2.5, Sabam-auteursrechten ongeveer 1.25, persen cd 1, opnamekosten 2.25, winst fonogramfirma 2.5 à 4, marketing en promotie 0.25 à 5, uitvoerders 0.25 à 5 euro.
Met de opkomst van de praktijk van het downloaden van muziek van het Internet wordt (weer) de kritiek gehoord dat CD's te duur zijn, een kritiek die de fonogramindustrie gemakkelijk kan weerleggen door er op te wijzen dat, indien de prijs van een album sinds 1983 (introductieperiode van de CD, waar wel een prijsverhoging is doorgevoerd nochtans weer na een lange periode van vrij stabiele grammofoonplatenprijzen) aan de inflatie zou aangepast worden, die in 2000 1540 Bef zou moeten bedragen (en een CD in feite slechts de helft kost). Het spreekt vanzelf dat met de digitale (in de plaats van de fysieke) distributie van songs de kosten voor aanmaak en distributie per album gevoelig zouden kunnen dalen.
De prijsvorming is afhankelijk van de prijsklasse waarin het album wordt uitgebracht: full price, mid price of budget price (voor het minder actuele repertoire); speciaal om artiesten te lanceren wordt wel eens een developing price of breaking price gesteld (lager dan de full price); voor vaste waarden en grote namen kan een deluxe price (hoger dan de full price) gesteld worden. Wat vooral de full price albums betreft is in België, tengevolge van de consolidering van de grote distributieketens, die de detaillisten van de markt dringen, een prijzenslag ingezet die in 1998 al laat aantekenen dat de stijging in omzet in waarde relatief kleiner wordt dan de stijging in verkochte eenheden. Bovendien worden nieuwe titels steeds meer in de eerste week of onmiddellijk na de release verkocht. Dit betekent dat geluidsdragers steeds meer als 'loss leaders' worden verkocht, waarmee overigens een Europese trend is ingezet. Overigens worden, ondermeer als antwoord op de download-praktijk, sinds 2003 ook full price-cd's (rond 20 euro) na zes maand aan een lagere prijs (7 tot 13 euro) aangeboden (met als onverwacht neveneffect dat oudere cd's opnieuw in de hitparade opduiken).
Eind 2000 is men het er over eens dat de digitale download voor de consument minder moet kosten van de fysische equivalent (geen jewel box, de consument ziet geen winkelkosten).
Music & Copyright (25.06.2003) geeft volgende prijsstructuur voor downloads voor de dan stilaan inburgerende prijs aan 1 dollar (in feite 99 cent) per download: online music provider 40%, record company 30%, artiest 12 %, mechanical royalty 8% en intermediaires 10% (de intermediaires zijn firma's als Amazon en AOL die optreden als sec-ndaire distributeurs voor online music proviedrs als Rhapsody en Liquid Audio). Billboard (12.7.2003) geeft volgende opdeling voor 99 cent: label 47, artist 7, producer 3, publishing 8, service provider 17, distribution affiliatie 10, bandwith costs 2, credit card fees 5.
Half 2003 verlaagt Universal, de grootste fonogramfirma, in de USA de CD-prijs met eenderde, ondermeer om de Internet-piraterij te bekampen; de prijsverlaging gaat evenwel ten koste van groothandeldistributiemarges en van het afschaffen van gezamenlijk met de verkooppunten gefinancierde reclame (de zogeheten co-op advertising); de inkomsten voor UMG stijgen eerder.