Lara Croft headphones graffiti LPs Zap muurschildering

Muziektermen

Overheidsbeleid

Met het decreet van 31 maart 1998 'houdende de regeling van de erkenning en de subsidiëring van professionele muziekensembles, concertorganisaties, muziekclubs, muziekeducatieve organisaties en festivals, het muziekcentrum van de Vlaamse Gemeenschap, het subsidiëren van muziekprojecten en compositieopdrachten en het verlenen van werkbeurzen' heeft de Vlaamse overheid voor het eerst populaire muziek opgenomen in het overheidsbeleid. Muziekverenigingen (professionele muziekensembles, concertorganisaties, muziekeducatieve organisaties en festivals) kunnen erkend en gesubsidieerd worden.
Een professioneel muziekensemble wordt gedefinieerd als een muziekensemble (alle genres) met een vaste kern van minstens vier beroepsmusici die contractueel met het ensemble in kwestie verbonden zijn. Concertorganisaties, muziekclubs en festivals houden zich in hoofdzaak bezig met het organiseren van publieke concerten. Met een festival wordt bedoeld: een organisatie met internationale uitstraling, d.w.z. met een internationaal erkende kwaliteit, die zich toelegt op het organiseren, binnen een welbepaalde, relatief beperkte tijdsspanne, van culturele manifestaties waarbij muziek de hoofdcomponent vormt.
Voor de erkenning zijn formele voorwaarden gesteld: de muziekvereniging dient over een rechtspersoonlijkheid te beschikken met niet commercieel karakter, in het Nederlandse taalgebied of Brussel gevestigd zijn, en een minimum aantal activiteiten ontplooien. Naast de formele voorwaarden worden een aantal kwalitatieve voorwaarden opgesomd (Vlaamse en/of hedendaagse muziek van diverse genres, originele en/of diverse programmatie, oog voor publiekswerving, artistiek en financieel beleidsplan voor de vierjarige erkenning, in detail voor de eerste twee jaar, en jaarlijkse opvolging van dit plan). Voor de structurele subsidiëring voor vier jaar van de muziekverenigingen moeten zij erkend zijn en een minimumpercentage aan eigen inkomsten hebben. Bovendien worden bijkomende voorwaarden opgelegd inzake professionaliteit (naleven CAO's, bijvoorbeeld) en repertoire (zo minstens één compositieopdracht aan een Vlaamse componist). Om de grootte van het financieringsbudget te bepalen wordt rekening gehouden met de artistieke kwaliteit en met de werking en het beheer van de organisatie. Naast de erkenning en subsidiëring van muziekverenigingen kunnen artistiek interessante, leemte opvullende en doelgroepgerichte muziekprojecten gesubsidieerd worden van erkende (doch niet gesubsidieerde) of niet erkende muziekverenigingen of andere organisaties. Het decreet voorziet ook in compositieopdrachten en werkbeurzen. Het Muziekcentrum van de Vlaamse Gemeenschap zal inventariseren, documenteren, informeren en promoten.
Een aanvraag bij de administratie tot erkenning geschiedt uiterlijk op 1 september van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan de vierjarige periode waarvoor erkenning wordt aangevraagd; een aanvraag voor subsidiëring van een muziekproject dat in de eerste helft van het jaar start moet uiterlijk op 1 oktober van het voorgaande jaar ingediend worden en voor een project dat in de tweede helft van het jaar start moet de aanvraag uiterlijk op 1 maart van het betrokken jaar ingediend worden.
Onder het motto 'Wij willen hits' informeert de Vlaamse overheid eind 2001 iedereen die met popmuziek bezig is met een brochure en een CD-ROM (subsidieerreglementen, aanspreekpunten).
Op 1 januari 2002 (uitgesteld tot juli 2002, ondermeer op vraag van de Federatie van Organisaties voor Volksontwikkelingswerk - FOV)) wordt, samen met het decreet op het lokale cultuurbeleid (voorzien wordt in een gemeentelijke cultuurbeleidscoördinator en in 1 euro per gemeente-inwoner, door Vlaanderen betaald), het subsidiërinssysteem afgeschaft, dat bekend staat als 'het boek van Van Keirsbilck' (een lijst van 268 pagina's met 700 erkende gezelschappen/artiesten, die in aanmerking komen voor een subsidie van 7000 Bfr wanneer zij voor een vereniging optreden (of x maal dat bedrag voor een gezamenlijke aanvraag van x verenigingen), met dien verstande dat het ministerie nooit meer dan 50% terugbetaalt) en waardoor vooral niet echt commerciële gezelschappen (volkscultuur, cabaret, …) lokaal nog gevraagd werden; de mnister voorziet nog wel een tussenkomst in de uitkoopsom alleen voor de programmaering van jong en nieuw talent..

Links