Muziektermen
Fonogramfirmacontract (van act met fonogramfirma)
Overeenkomst, in de spreektaal vaak platencontract geheten, waarbij de artiest zich verbindt exclusief opnamen te maken voor een fonogramfirma gedurende een bepaalde periode (vroeger levenslang, nu een beperkt aantal jaren mogelijk met een eerste optierecht voor een of meer volgende perioden), voor een bepaald territorium en voor een minimum aantal af te leveren masters en daarvoor een bepaalde royalty beloofd wordt per verkochte fonogram. De Belgische auteurswet (art. 3.1) stelt bovendien dat ook over het genre van het werk over een langere periode in de toekomst een overeenkomst dient gemaakt, in volgende zin, dat namelijk de overdracht van vermogensrechten voor toekomstige werken niet alleen slechts geldt voor een bepaalde tijd, maar ook voor zover het genre van de werken bepaald is. De fonogramfirma van haar kant gaat de verplichting aan te investeren in de opname, de aanmaak, de distributie en de promotie van fonogrammen met het werk van de artiest. Voor de artiest is het van essentieel belang dat hij een contract weet te versieren met een fonogramfirma. Via zo'n contract wordt hij geïntroduceerd in de muziekindustrie. Zo'n contract is natuurlijk nog geen garantie op succes. Sommige ontdekkingen scoren onmiddellijk hoge verkoopscijfers maar branden vaak ook vlug uit. In de meeste gevallen dient aan artist development te worden gedaan, dat wil zeggen dat de carrière van een artiest geleidelijk wordt opgebouwd. Van één op tien fonogramuitgaven worden er voldoende exemplaren verkocht opdat de investeringen beginnen te renderen. Het uitbrengen van fonogrammen is voor een stuk een 'hit or miss' aangelegenheid, zelfs wanneer het gaat om gevestigde artiesten, die sterker staan om hogere royalties te bedingen en grotere voorschotten te bekomen. In het artiestencontract is doorgaans voorzien dat de fonogramfirma eigenaar wordt van de opgenomen masters en die naar goeddunken kan gebruiken (eventueel voor latere compilatie-albums, bijvoorbeeld). Artiesten (en/of hun label) kunnen ook met (door henzelf) opgenomen masters naar een fonogramfirma stappen en daarover een contract afsluiten. (Gevestigde) artiesten kunnen dan bedingen dat de masters in hun bezit blijven. Men spreekt dan wel eens van een licentieovereenkomst in tegenstelling tot een artiestenovereenkomst of van (tijdelijke) licentie in tegenstelling tot (definitieve) overdracht/afstand (zo'n licensing agreement kan ook door een label voor één van zijn artiesten afgesloten worden met een licentienemer). Het afgesproken royalty-percentage (met in mindering van BTW en vaak ook van kortingen en verpakkingskosten), gaande van 4% op de PPD voor een beginnend artiest tot 20% of meer voor een gevestigd artiest, wordt nog zelden slechts op 90% van de verkochte fonogrammen berekend, gewoonte die stamt uit het tijdperk van de breekbare grammofoonplaten. Er kan ook voorzien worden dat het royalty-percentage verminderd wordt voor bepaalde fonogrammen (verdeeld via clubs of rackjobbing, bijvoorbeeld, of als premium - een bijzondere verkoopspromotie - of als mid- of low-price, of voor via radio- en TV aangeprezen fonogrammen) of zelfs herleid wordt tot nul (voor de gratis aan de media verstrekte promotie-exemplaren, welke dan weer exact in aantal kunnen vastgelegd worden in het contract). De artiest kan een aanpassing van het royalty-bedrag bekomen naargelang het aantal verkochte eenheden van een fonogram (escalating royalty clausules, ook wel eens gliding scale geheten). De fonogramfirma kan voorschotten toestaan die doorgaans recupereerbaar maar niet terugvorderbaar zijn (recoupable but non-refundable). Eenmaal de voorschotten voor de opname en aanmaak gerecupereerd, kan van dan af een royalty afgesproken worden, mogelijk zelfs in een 50/50%-verhouding. De fonogramfirma eist doorgaans ook het recht om de naam van de artiest of act, afbeeldingen, biografisch materiaal te gebruiken, eventueel zelfs voor merchandising-doeleinden (zo ook voor gebruik in domeinnamen - artiestennaam.com - op het Internet, zelfs anno 1999 door Sony, voor alle variaties naar de toekomt toe van artiestennaam.com). In hetzelfde contract of in een addendum kunnen regelingen getroffen worden in verband met beeldopnamen, voor het produceren van videoclips, bijvoorbeeld, en waarvoor inhoudingen kunnen worden voorzien op het royalty-bedrag (50% van de kosten voor video). Soms wordt ook gevraagd dat de artiest, in het geval hij zelf auteur is, zijn werken zal deponeren bij een aan de fonogramfirma geaffilieerde muziekuitgeverij: op die manier vloeit een deel van de mechanische reproductierechten die de fonogramfirma betaalt terug naar zichzelf of een zusterfirma. Wanneer een contract tussen een artiest en een fonogramfirma wordt gesloten voor één enkele of een beperkt aantal met name genoemde opnamen spreekt men van een titelcontract; wanneer zo'n contract voor een bepaalde tijd wordt afgesloten spreekt men van een artiestencontract. In elk geval dient een geografische omschrijving ('het zonnestelsel'!) en een tijdsperiode overeengekomen (gewoonlijk gecombineerd met een welbepaald aantal opnamen en mogelijke opties op meer). Het standaard fonogramfirmacontract, waarbij er een investering geschiedt van de kant van de fonogramfirma wordt ook wel eens master owner-contract geheten, in tegenstelling tot een licentiedeal of een P & D-deal (of een verkoop- en distributiedeal). Het contract tussen de artiest en de fonogramfirma is een poging om de interessen van beide partijen en ook hun machtspositie te verzoenen. In het verleden hebben fonogramfirma's hun superieure positie, vooral ten opzichte van beginnende artiesten, weten uit te spelen (via een standaardcontract of een take it or leave-contract); fonogramfirma's kunnen ook pogen om de rechten te verwerven op de naburige rechten van de artiest. Het contract resulteert in het beste geval tot een optimale verstandhouding tussen artiest en fonogramfirma en financieel gewin voor elk van beide, in het slechtste geval tot een dwangbuis. Een fonogramfirma kon een artiest vroeger 'in de koelkast stoppen', maar vandaag is dat veel moeilijker (of enkel maar investeren met het oog op aftrekpost voor de belastingen, zonder echt in de act te geloven of promotie te voeren). De artiest kan ook niet verplicht worden succesvolle opnamen te realiseren, zelfs als hij er op dat moment toe in staat is.
Meer en meer worden ook opbrengsten van merchandising en tournees in het fonogramfirmacontract opgenomen; zo door EMI voor Robbie Williams (die in 2002 een contract sluit voor 60 miljoen pond).
Met independents wordt vaak een contract afgesloten dat het midden houdt tussen een 'professioneel' fonogramfirmacontract en een eigen beheer-productie: de act betaalt zelf de kosten voor studio, maar niet voor de persing; de act krijgt een aantal (bijvoorbeeld 200) fonogrammen om ze eventueel zelf te verkopen en aldus de kosten voor de opname te recupereren; van de eerste persing (op, bijvoorbeeld, 500 of 1.000 exemplaren) krijgt de act geen royalty, maar mogelijk wel na een tweede persing.
De on line distributie van muziek via het Internet creëert haar eigen nieuwe overeenkomsten. Zo gunt begin 2000 Emusic.com Elvis Costello, wiens volledige albums (en geen aparte tracks) kunnen gedownload worden in het MP3-formaat tegen 8.99 dollar, 50% van de inkomsten uit elke download. Een probleem is nog in hoeverre (no) coupling clauses, die tracks op fysische multi-artist compilaties verhindert zonder de instemming van de artiest, in de virtuele wereld dienen opgevat: is hier het referentiepunt nu databases of grote files, gedownload op dezelde optische disc of computer file? Maar major Sony Music laat in 2000 in zijn clausules voor het fonogramfirmacontract opnemen dat de artiest bij on line-verkoop (downloaden van muziek) slechts 75% van het overeengekomen royaltypercentage krijgt (vanzelfsprekend niet berekend op de PPD maar op de helft van de prijs die de consument betaalt). Sony zet de trend voor opname van Internet-clausules in de contracten. De fonogramfirma kan eisen dat de site van de artiest door haar gecontroleerd wordt (omdat zij de naburige rechten claimt), niet alleen voor audio, maar ook voor video en artwork, de domeinnaam haar eigendom wordt (en ook blijft na de beëindiging van het contract, net zoals de mastertapes), de artiest niets zelf aan e-commerce mag doen (CD's verkopen) en dergelijke verkoop kleinere royalties oplevert (zoals voor fonogramclubs), dat hij ook het recht afstaat om aan downloading of streaming te doen en dat overlaat aan de fonogramfirma en daarvoor dan weer een royalty kan bedingen … Dit alles in ruil voor de garantie dat de site ontwikkeld wordt en, belangrijk, ook geupdated, onderhouden worden; kosten daarvoor kunnen dan weer op de royalties gerecupereerd worden; artiesten hebben al dan niet inspraak, goedkeuringsrecht bij de uitbouw van hun site en eventueel een escape-recht indien moest blijken dat de site niet onderhouden blijft; fonogramfirma's willen ook een greep op (en een deel van) de digital merchandising (websites zijn nochtans voor hen een marketingtool: iemand die merchandising koopt, wordt geregistreerd en is voor promotie aanspreekbaar) en op de on line advertising en sponsoring op de site.
Eind 2002 wordt gezegd dat UMG in de royalty voor artiesten bij digitale download en subscriptie niet langer de bij CD gebruikelijke aftrekken voor technology (20%), packaging (20%) en free goods (15%) zal in aanmerking nemen; bovendien zullen artiesten altijd (ook voor een single) het album-royalty krijgen, dat 25% hoger ligt dan voor een single. Voor streams en conditional downloads (die verdwijnen als een consument een subscriptie service verlaat) zal de artiest 50% betaald worden van de netto inkomsten die UMG collecteert van subscriptie services.
In een Internet-contract, een niet-exclusieve licentie overeenkomst geheten, voor digitale verspreiding van fonografische muziekwerken (en teksten, afbeeldingen, logo's, merknamen, waarvan de artiest erkent dat hij het eigendomsrecht heeft) bij Vitaminic (Italiaans maar wereldwijd bedrijvig, initiatief van Lycos) verleent de artiest een niet-exclusieve wereldwijde licentie voor de openbaarmaking en de verveelvoudiging van de fonografische opname. De Internet-fonogramfirma heeft het recht (niet de plicht - werken kunnen in strijd geacht worden met de wet) de werken op haar Internetservers in te voeren, het recht ook om de werken aan derden (zoals televisie, radio en kabel) ter beschikking te stellen voor promotie. De artiest is ten allen tijde vrij zijn werken/rechten op een andere wijze te verspreiden of te exploiteren. De Internet-fonogramfirma stelt zijn websites gratis ter beschikking. De artiest kan zelf zijn prijzen opgeven. De Internet-fonogramfirma betaalt de artiest 50% van alle opbrengsten van zijn werken, tenminste wanneer per kwartaal een minimum is bereikt van 50 Euro (van haar deel betaalt zij 4.7% mechanische reproductierechten aan SIAE, de Italiaanse auteursmaatschappij (Vitaminic is gevestigd in Torino)). De artiest kan de overeenkomst beëindigen op elk moment door aangetekend schrijven of e-mail en al zijn bestanden verwijderen van de computers (maar wat gebeurt met de vroeger opgenomen werken en hoe zit het met de plaatsing op CD?). De artiest garandeert dat hij geen contractspartner is bij een auteursvereniging (en zo ja, dat hij de gegevens meedeelt). De Internet-fonogramfirma heeft het recht, zonder de toestemming van de artiest de rechten aan haar verleend aan derden over te dragen. Een contract dat goed oogt, maar toch een aandachtige lectuur vraagt (de artiest zou ook zijn morele rechten dienen af te staan; hij tekent persoonlijk dus moet hij schriftelijke toestemming hebben van alle anderen die meegewerkt hebben aan de opname, tenzij hij alles zelf heeft gedaan; voor aangeslotenen bij een auteursvereniging is de rechtstreekse inning van reproductie- en uitvoeringsrechten moeilijk verzoenbaar; de artiest verliest controle over de circulatie van zijn werk tot op het moment dat hij zich teruggetrokken heeft). Vitaminic, met kantoren in de USA, Zweden, Italië, Frankrijk, Spanje, Duitsland, Nederland en de UK, sluit half 2000 aan bij de Federazione Industria Musicale Italiana (FIMI) en wordt daarmee de eerste on line music company die geaccepteerd wordt door een IFPI-lid; Vitaminic verwerft in 2001 in de USA Internet Underground Music Archive, in London zijn rivaal Peoplesound.com en in Frankrijk Eurekan Multimédia SA, de eigenaar van FranceMP3.com. Half 2001 wordt bekend dat Vitaminic een overeenkomst heeft gesloten met de Zweedse collecting society STIM (die door Vitaminic zal betaald worden voor de exploitatie van zijn repertoire in Zweden), nadat ook al het Italiaanse SIAE en het Spaanse SGAE een gelijkaardige deal met Vitaminic hebben gesloten.
Links
- www.vitaminic.nl
- www.elvisnumberones.com :song stylist singer:eerste platencontract van Elvis Presley met RCA
