Lara Croft headphones graffiti LPs Zap muurschildering

Muziektermen

Auteurswet

zie ook: Auteursrecht , Auteursrechten en Auvibel

De auteurswet van 22 maart 1886 is opgeheven door de wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten van 30 juni 1994, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 27 juli 1994, en, naar zijn geestelijke vader, Roger Lallemand, ook wel de wet Lallemand geheten. Voor de muziekindustrie zijn daarin volgende punten van belang. Alleen de auteur heeft het recht om zijn werk te (laten) reproduceren, te bewerken en te vertalen, het te verhuren of uit te lenen, het aan het publiek mee te delen. De auteur heeft een onvervreemdbaar moreel recht, dat wil zeggen: een recht om het werk bekend te maken (te beslissen wanneer hij zijn werk als voltooid beschouwt en aan het publiek wenst mee te delen), het recht om het vaderschap op te eisen of te weigeren - het paterniteitsrecht impliceert dat de auteur zelf bepaalt of hij zijn werk onder zijn naam of onder een pseudoniem of anoniem kenbaar maakt - , het recht op eerbied - hij kan zich verzetten tegen elke wijziging - en hij kan zich verzetten tegen iedere aantasting van zijn werk die zijn eer of faam kunnen schaden. Het berouwrecht (recht tot inkeer of terugtrekking) is niet weerhouden. Het auteursrecht blijft gedurende 70 jaar bestaan na het overlijden (eventueel van de langstlevende van samenwerkende auteurs). Na het verstrijken van deze auteursrechtelijke bescherming geniet diegene die een niet eerder gepubliceerd werk voor het eerst op geoorloofde wijze publiceert of meedeelt aan het publiek een gelijkwaardige bescherming doch slechts van 25 jaar na de publikatie of mededeling. De vermogensrechten kunnen worden vervreemd of gelicentieerd maar dan wel in een schriftelijk contract waarin voor elke bestaande (en dus niet nog niet bestaande) exploitatiewijze de vergoeding, de reikwijdte en de duur van de overdracht zijn bepaald (de uitgever moet ook de overeengekomen exemplaren binnen de overeengekomen termijn produceren). In het kader van een arbeidsovereenkomst of een statuut kunnen de rechten worden overgedragen aan de werkgever. Uitzondering op de vermogenrechten wordt gemaakt ondermeer voor korte aanhalingen (voor kritiek, polemiek, onderwijs of wetenschappelijk werkzaamheden) en voor "de kosteloze privé-mededeling in familiekring" (alle andere mededelingen zijn nu dus openbaar). De auteur kan de uitlening niet verbieden wanneer die geschiedt door erkende instellingen met een educatief of cultureel doel. De uitlening kan pas plaatsvinden zes maanden na de eerste verspreiding. De auteurs, de uitvoerende kunstenaars en de producenten hebben elk recht op één derde van de leen- of verhuurvergoeding.
De morele en de vervreemdbare of licentieerbare naburige rechten worden erkend (en ervoor uitzonderingen gemaakt) voor de uitvoerende kunstenaar en de producenten van fonogrammen (dit is de fonogramfirma en niet de producer, die een auteursrecht als bewerker kan doen gelden) in dezelfde zin als wat erkend is voor de auteurs (behalve een moreel recht voor de producenten; uitvoerende kunstenaars en producenten hebben nu ook een exclusief distributierecht, wat hen de mogelijkheid geeft zich te verzetten tegen parallelimport van buiten de Europese Unie). De rechten voor de uitvoerende kunstenaar en de producenten vervallen echter 50 jaar na de datum van de prestatie of het moment van vastlegging op een drager. Uitvoerende kunstenaars en producenten kunnen zich niet verzetten tegen de mededeling van de prestatie op een openbare plaats voor zover het niet gaat om een voorstelling en geen toegangsgeld wordt gevraagd en ook niet tegen de radio-uitzending. De vergoedingen voor de naburige rechten worden verdeeld onder de uitvoerende kunstenaars en de producenten ieder voor de helft. In de praktijk heeft de uitvoerende kunstenaar, naast de leenvergoeding en de vergoeding voor kopiëren voor eigen gebruik (cfr. infra) recht op een vergoeding voor doorgifte via de kabel en op een zogeheten billijke vergoeding (vanwege omroep, radio en alle plaatsten waar muziek van geluidsdragers in het openbaar wordt gebruikt, bijvoorbeeld, de horecasector).
De auteurs, de uitvoerende kunstenaars en de producenten hebben recht op een vergoeding voor de reproductie voor eigen gebruik van hun werk. In een koninklijk besluit is de vergoeding vastgelegd op 3% op de verkoopprijs van kopieertoestellen aangerekend door de fabrikant of invoerder (voor geïntegreerde hifi-ketens, die niet alleen dienen om te copiëren maar ook om te beluisteren, op 1.5%), en 2 frank per uur voor analoge en 5 frank per uur voor digitale dragers. Voor informatica-apparatuur wordt 0% vergoeding vastgelegd, omdat er nog niet (?) op grote schaal zou gecopieerd worden (0% is geen vrijstelling en kan later ingevuld worden met een %). De vergoeding wordt terugbetaald aan de producenten van geluidsdragers, omroeporganisaties, audio-archieven, slechtzienden en slechthorenden, onderwijsinstellingen. De auteurs, uitvoerende kunstenaars en producenten hebben elk voor een derde recht op de vergoedingen (die worden geïnd door AUVIBEL ). De Gemeenschappen en de federale staat kunnen vooraf 30% besteden ter aanmoediging van de schepping van werken (zolang de overheid dit deel niet opeist wordt de globale pot onder de rechthebbenden verdeeld). Half 2002 wordt de verdeelsleutel vastgelegd tussen de Gemeenschappen: 1.4% gaat naar de Duitstalige Gemeenschap en van het resterende bedrag gaat 59% naar Vlaanderen en 41% naar Wallonië (van de 30% van in totaal 5.7 miljoen euro reproductierechten op dat moment, dus van 1.7 miljoen euro, gaat 990.000 euro naar Vlaanderen en 690.800 euro naar Wallonië).
Al wie rechten int of verdeelt voor rekening van verschillende rechthebbenden moet dat, volgens de auteurswet, doen in een vennootschap opgericht in de Europese Unie of met een filiaal in Europa. Er wordt voorzien in een grotere controle op de vennootschappen (ondermeer door het toezicht van een commissaris en de mogelijkheid dat de minister de erkenning intrekt). Geïnde sommen die niet kunnen worden uitgekeerd moeten worden besteed zoals de algemene vergadering van de vennootschap beslist.
Alles wat bepaald is in de wet geldt ook voor buitenlanders maar niet voor een langere termijn dan bij de Belgische wet. Indien evenwel de rechten in hun land vervallen na een kortere termijn, vervallen zij ook in België na het verstrijken van die termijn. Zijn Belgische rechthebbenden minder beschermd in een vreemd land, dan gelden de voordelen van de wet voor de onderdanen van dat land slechts in gelijke mate.
Wie kwaadwillig of bedriegelijk inbreuk pleegt op het auteursrecht en de naburige rechten, is schuldig aan het misdrijf van namaking en wordt bestraft met geldboeten (100 tot 100.000 frank, te vermenigvuldigen met 150), in het geval van herhaling, en/of met een gevangenistraft (3 maanden tot 2 jaar). De rechter kan de definitieve of tijdelijke sluiting bevelen van de inrichting van de veroordeelde.
Nieuw is tenslotte ook dat de verplichting tot deponeren van één exemplaar van publikaties bij de Koninklijke Bibliotheek (het zogeheten wettelijk depot) wordt uitgebreid tot fonogrammen.

Links