Muziektermen
Auteursrechten
zie ook: Auteursrecht
In tegenstelling tot het 'auteursrecht' dat betrekking heeft op de wettelijke organisatie van het recht van de auteur, wordt de term auteursrechten, in het meervoud, vaak gebezigd om er de geldelijke vergoedingen resulterend uit het auteursrecht mee te benoemen. Auteursrechten worden door diegenen die ze verschuldigd zijn te betalen vereffend bij de auteursvereniging , die ze op haar beurt doorbetaalt aan de rechthebbenden, auteurs en muziekuitgevers . De uitvoeringsrechten worden nog eens opgedeeld in grote en kleine rechten: grote rechten betreffen 'theatrale' uitvoeringen (opera, operette, theater, ballet), kleine rechten alle andere muziekuitvoeringen van de meest 'ernstige' tot de meest 'populaire'. Uitvoeringsrechten worden berekend met inachtname van factoren als oppervlakte van de concertzaal, toegangsprijs, konsumptieprijs ... (voor een concertinrichter wordt als richtlijn 8% op de bruto-inkomsten van een concert aangehouden). Voor de uitvoering van muziek via geluidsdragers door de omroep wordt een forfaitair inningsbedrag bediscussieerd (voor lokale radio's geldt als richtlijn 6% op de netto-reclame-ontvangsten met een jaarlijks minimum naargelang het aantal inwoners van de lokatie); de auteurs krijgen voor een song, te horen op een grote radiozender, tussen drie en zes euro per gespeelde minuut. Mechanische reproductierechten worden berekend als een percentage op de prijs die de fonogramfirma aanrekent aan de dealer (PPD) - in de USA als een index-gekoppeld vast bedrag per opname nooit lager van 5 dollarcent (sinds de invoering in 1988: 5.25 dollarcent; in 1997: 6.9 dollarcent, 7.1 dollarcent vanaf 1998 tot 9.1 dollarcent in 2006) of 1.3 cent per minuut of gedeelte van een minuut (ondermeer voor lange opnamen). Sinds 1992 bedraagt het mechanisch reproductierecht 9.306% op de PPD (11% min 6% forfaitaire aftrek voor de kortingen door de producent = 10.34% min 10% forfaitaire aftrek voor kosten voor de hoes = 9.306%), een percentage overeengekomen in het kader van het BIEM-IFPI typecontract (in Groot Brittannië: 8.5%). Begin 1997 slagen IFPI en BIEM er niet in om een nieuw contract te negotiëren over de mechanicals, maar begin 1998 komt een doorbraak: de nieuwe (gedeeltelijk retroactieve) overeenkomst voorziet 9.009% op de PPD (exclusief BTW), effectief vanaf 1 juli 1997 tot 30 juni 2000. Voor werken buiten het BIEM-IFPI contract rekent Sabam 8% min 7.5% reductie voor de hoes, dus 7.4% (met een minimum van 31 Bef per album plus 6% BTW).
In geval van subuitgave worden de uitvoeringsrechten en de mechanische reproductierechten in Europa gewoonlijk als volgt verdeeld. Voor de uitvoeringsrechten: het aandeel van de auteur, gewoonlijk 6/12, wordt door de lokale auteursvereniging gereserveerd voor deze en de overige 6/12, aan de subuitgever toegekend; deze laatste betaalt van deze 6/12 het in het subpublicatiecontract overeengekomen percentage (bijvoorbeeld 50%) door aan de originele muziekuitgever; de subuitgever kan van zijn 3/12 nog eens 1/12 afstaan aan de lokale vertaler. Voor de mechanische reproductierechten: de subuitgever houdt zijn deel (50% of minder) en betaalt de rest door aan de originele uitgever; het aandeel van de oorspronkelijke auteur bedraagt nu, in het geval de subuitgever 50% krijgt, 25% van de geïnde mechanicals; de subuitgever kan 10% (van zijn 50%) afstaan voor een lokale vertaling. Voor alle soorten van auteursrechten worden de rechten voor de auteur gelijk verdeeld onder componist(en) en tekstdichter(s).
Alhoewel te onderscheiden van de traditionele auteursrechten is de inning van naburige rechten ten behoeve van de uitvoerders en producenten voor het gebruik van hun opnamen, tot op zekere hoogte analoog aan deze van de uitvoeringsrechten. Zo bijvoorbeeld in de sector van de horeca en de discotheken. Met de horeca-sector zijn tarieven genegotieerd die rekening houden met ondermeer de oppervlakte van de bedrijfslokalen, met de discotheekbranche zijn tarieven genegotieerd die rekening houden met de oppervlakte en de openingsdagen en ingangsgeld.
Het gebruik van muziek op het Internet wordt geleidelijk aan in auteursrechten vertaald. Het gebruik van werken op het Internet heeft in elk geval zowel een aspect van uitvoering als van reproductie (het wordt omgezet in digitale vorm). Parameters voor een eerlijke verdeling zijn moeilijk vast te leggen: het gebruik is mondiaal - al kan de wederkerigheid met andere auteursverengingen baat opleveren -, het aantal gebruikers van een site is moeilijk te achterhalen, evenmin als de reële tijd dat de muziek op de site aangeboden wordt, … Sinds 1995 worden ook in cyberspace auteursrechtelijke deals gesloten, zo in de USA van ASCAP en BMI met operators van World Wide Web sites voor de uitvoering van muziek op het Internet en van de Harry Fox Agency met de commerciële online service CompuServe voor de collectie van mechanische reproductierechten voor uploaden en downloaden van songs onder copyright (6.95 cents per downloading). Begin 1999 wordt de dan gebruikelijke Amerikaanse mechanicals voor fysieke fonogrammen (7.1 dollarcent - 0.071 dollar - per track of 1.35 dollarcent - 0.0135 dollar - per minuut) ook aanvaard voor digitale distributie en betaald bij de Harry Fox Agency (deze rate is lager dan in Europa). Geleidelijk aan komt er een gelijkvormigheid in de betaling van downloading: auteursverenigingen gaan uit van het principe dat download-rechten dienen betaald in het land waar de muziek wordt geconsumeerd (niet waar die op het Internet ter beschikking wordt gesteld); de geografische lokatie kan getraceerd worden aan de hand van het credit-kaard-nummer en het adres van de provider. Toch blijven er verschillen in tarieven, net overigens als met de klassieke mechanicals, tussen de USA en Europa en ook binnen de Europese landen. De grote publishers en auteursverenigingen proberen tegen eind 1999 tot een Memorandum of Understanding on Digital Distribution (MOUDD) te komen voor tarieven en voor een structuur voor de administratie van de rechten van publishers en auteurs, wat bemoeilijkt wordt omdat de rate een aspect van mechanische reproductie en van uitvoering betreft; ook wordt een one-stop licensing network uitgewerkt, dat moet toelaten dat grote copyright-gebruikers hun globale digitale distributie roaylties centraal betalen.
In Nederland dient, in een eerste experimentele fase in 1998, de sitehouder 10 gulden per maand te betalen als zijn site minder dan 5 minuten muziek bevat en 100 gulden als er op enig moment meer dan 5 minuten op staat (ongeacht het aantal bezoekers dus). Sabam heeft sinds eind 1998 tarieven voor content providers uitgewerkt, op jaarbasis, voor uitvoering van muziek waarbij de bezoeker van een site zelf de uitvoering bepaalt (beluisteren CD voor aankoop in virtuele winkel, virtuele jukebox, audio bij CD-recensies) of voor de kosteloze sonorisatie van een website, en voor doorlopende uitvoering van muziek waarbij de bezoeker geen invloed heeft (webradio, site met ononderbroken streaming); naast de tarieven op jaarbasis zijn er gelegenheidsinningen voor live-aanbiedingen in real time (concerten en festivals). Voor het on line-gebruik van muziekwerken: op een door de klant samengestelde compilatie-CD (op basis van legale digitale opnamen op een website), die dan door de post wordt verstuurd wordt 7.4% geïnd op de verkoopprijs van de geluidsdrager; voor downloaden van legale audio-files, gratis dan wel tegen betaling, wordt 8% op de omzet van de verkoop geïnd; op on line verkoop via virtuele fonogramwinkels van geluidsdragers wordt geen vergoeding aangerekend.
Eind 1998 ontstaat beroering bij de Europese auteursverenigingen en muziekuitgevers (en ook bij ASCAP en BMI) wanneer in een extensie van de nieuwe Amerikaanse copyright-wet een uitzondering wordt gemaakt voor de betaling van uitvoeringrechten via geluidsinstallatie voor kleine restaurants, bars en verkooppunten. Alhoewel de nieuwe wet gemaakt is om in overeenstemming te zijn met de eisen van de World Intellectual Property Organisation (WIPO) voor on line copyrights, wordt geargumenteerd dat de extensie in tegenspraak is met de ook door de USA ondertekende Berne Conventie en de Trade Related Intellectual Property Rights (TRIPS) van de World Trade Organisation (WTO); deze Wereld Handels Organisatie steunt de Europese auteurs half 2000 in hun verzet tegen de uitzondering en begin 2001 wordt een oplossing gevonden ter compensaie van Europese copyright-eigenaars.
Wanneer alle inkomsten aan auteursrechten over de hele wereld worden samengeteld komt men tot een globaal bedrag voor 1996 van 6.224 miljard dollar (hetzelfde jaar zijn er wereldwijd voor 39.765 miljard fonogrammen verkocht). Over de verschillende soorten auteursrechten gespreid: broadcast (1.496 miljard dollar), public performance (1.104 miljard dollar), mechanicals (2.653 miljard dollar) en print (0.612 miljard dollar), samen dus 6.224 miljard dollar. Voor 2001 is de waarde van de globale music royalty collection: 6.626 miljard dollar (- 4% ten opzichte van 2000), tegenover een trade value of prerecorded music van 21.129 miljard dollar (- 10% ten opzichte van 2000).
