| Auteur: Pelgrims
Christophe (2008)
Bestelling bij:
www.vandenbroele.be
(Brugge)
Algemene inleiding
Dit boek is het resultaat van het doctoraatsonderzoek ‘Politieke
actoren en bestuurlijke hervormingen. Een stakeholder benadering
van Beter Bestuurlijk Beleid en Copernicus’ dat aan het Instituut
voor de Overheid (KU Leuven) werd verricht. Het onderzoek werd
mogelijk dankzij de financiering van het Steunpunt Bestuurlijke
Organisatie Vlaanderen en de Katholieke Universiteit Leuven.
In dit onderzoek gaan we na in welke mate politieke stakeholders
betrokken worden bij bestuurlijke hervormingsprocessen. Hiervoor
hanteren we een procesbenadering van hervormingen. Bedoeling van
dit onderzoek is om na te gaan wat de multi-actor ‘politiek’
doet of misschien niet doet in bestuurlijke hervormingen om deze
tot een goed of minder goed einde te brengen.
Hieruit kunnen we de algemene onderzoekvraag afleiden: Zijn politieke
actoren stakeholders bij bestuurlijke veranderingen?
In dit onderzoek zullen we een procesgerichte aanpak hanteren over
veranderingen. Een veranderingsproces bestaat uit een aantal fasen.
Op basis van het primaat van de politiek zouden we kunnen verwachten
dat de visie en de krijtlijnen voor een verandering geformuleerd
worden door het politieke niveau. HOOGERWERF stelt dat het de taak
is van politici om een diagnose te stellen, beleid te formuleren
en steun van de groep te mobiliseren. Voor bestuurlijke veranderingen
komt het er dus bijgevolg op neer dat politieke leiders eerder een
visie formuleren en het draagvlak van de stakeholders voor de veranderingen
verzorgen. Op basis van Hoogerwerf zouden we dus kunnen verwachten
dat politieke actoren voornamelijk in de beginfase van de hervormingen
aanwezig zijn. De informele politisering leert dat deze actor meer
interesse heeft in de administratie dan louter een visie formuleren.
Hieruit kunnen we een tweede subonderzoeksvraag distilleren: Verschillen
de politieke actoren naargelang de fase van de hervorming?
Inhoudstafel
HOOFDSTUK 1 POLITIEKE ACTOREN EN BESTUURLIJKE HERVORMINGEN INLEIDING
EN PROBLEEMSTELLING
HOOFDSTUK 2 THEORETISCH KADER CONCEPTUEEL KADER VOOR DE STUDIE
NAAR VERANDERINGEN
1 VERANDERING: EEN WISSELWERKING TUSSEN CONTEXT EN ACTOR
2 INSTITUTIONAL ENTREPRENEURSHIP
2.1 Relaties met andere actoren
2.2 Institutional entrepreneurs moeten middelen mobiliseren om
te veranderen
2.3 Institutional entrepreneurs hebben institutional opportunities
nodig
3 ACTOR-CENTRED INSTITUTIONALISME
4 STAKEHOLDER THEORIE: EEN FOCUS OP ALLE STAKEHOLDERS
4.1 Het begrip stakeholder
4.2 Uitgangspunten van de stakeholder theorie
4.3 De stakeholder theorie: een beschrijving van stakeholders
5 INHOUD VAN DE HERVORMINGEN
6 EEN PROCESBENADERING VAN VERANDERINGEN
6.1 Agenda-setting
6.2 Policy formulation
6.3 Decision-making
6.4 Policy implementation
7 BESLUIT: EEN CONCEPTUEEL KADER VOOR DE STUDIE NAAR VERANDERINGEN
HOOFDSTUK 3 DE POLITIEKE ACTOR VERDER GESPECIFIEERD OP BASIS VAN
INSTITUTIONELE VARIABELEN
1 PARLEMENTAIRE REPRESENTATIEVE DEMOCRATIE
2 PARTICRATIE: DE ROL VAN POLITIEKE PARTIJEN
3 REGERINGSWERKING
4 POLITIEK-AMBTELIJKE VERHOUDINGEN
5 BESLUIT: DE POLITIEKE ACTOR VERDER GESPECIFIEERD OP BASIS VAN
INSTITUTIONELE VARIABELEN
HOOFDSTUK 4 ONDERZOEKSONTWERP
1 METHODOLOGIE
2 ANALYSE EENHEID
3 HET CASE DESIGN
4 EEN PROCESANALYSE VIA PUBLIC MANAGEMENT POLICY MAKING
5 OPBOUW VAN DE EMBEDDED CASE STUDIES
5.1 Stap 1: Afbakenen van de tijdsperiode voor de embedded cases
5.2 Stap 2: Detecteren van de te onderzoeken episodes
5.3 Stap 3: Selecteren van de events in de verschillende episodes
5.4 Stap 4: Opbouwen van het proces door de sequentialiteit van
events en episodes
5.5 Stap 5: Analyse van het vormgeven van de events door de actoren
6 DATAVERZAMELING VOOR DE PROCESANALYSE VAN DE CASE STUDIES
HOOFDSTUK 5 PROCESANALYSE VAN BETER BESTUURLIJK BELEID DE STRUCTUURHERVORMING
IN DE VLAAMSE OVERHEID
1 AGENDA-SETTING
1.1 De eerste aanzet
1.2 De bijdrage aan het regeerprogramma vanuit de Vlaamse administratie
1.3 Politieke partijen
1.4 Een nieuw project voor Vlaanderen: het regeerakkoord
1.5 Op zoek naar de uitwerking van het regeerakkoord
1.6 Beter Bestuurlijk Beleid krijgt vorm: het Leuven-akkoord
1.7 Wantrouwen tussen de coalitiepartners
1.8 Het parlement
1.9 Terugkoppeling naar de agenda-setting
2 POLICY FORMULATION
2.1 Politieke motieven bij de aanduiding van bijzondere commissarissen
2.2 Beter Bestuur. Een visie op een transparant organisatiemodel
voor de Vlaamse administratie
2.3 De oprichting van een begeleidingscommissie
2.4 Vergadering van 17 november 2000: de ministeries krijgen vorm
rond 13 beleidsdomeinen.
2.5 Het parlement op de hoogte gehouden via een gedachtewisseling
2.6 Problemen in de voorbereidingsfase van Beter Bestuurlijk Beleid.
2.7 Terugkoppeling naar de policy formulation
3 BESLUITVORMING OVER DE STRUCTUURVERANDERINGEN IN DE REGERING
DEWAEL-SOMERS
3.1 Naar een nieuwe organisatiestructuur voor de Vlaamse overheid
3.2 Terugkoppeling op de creatie van beleidsdomeinen
3.3 Een juridische verankering van de organisatiestructuur
3.4 De komst van de veranderingsmanagers
3.5 De beleidsdomeinen krijgen verder vorm: het uittekenen van
de agentschappen
3.6 Voorstellen over de oprichting van de agentschappen
3.7 De besluitvorming over de agentschappen
3.8 Het kaderdecreet in het Vlaams parlement
3.9 De federale verkiezingen van mei 2003
3.10 De oprichtingsbesluiten voor de agentschappen
3.11 Commissiebespreking
3.12 Plenaire vergadering
3.13 De Intern Verzelfstandigde Agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid
3.14 Terugkoppeling naar de nieuwe organisatiestructuur
4 DE BESLUITVORMING IN DE REGERING LETERME
4.1 De verkiezingen van 13 juni 2004
4.2 Beter bestuurlijk beleid afwezig in de partijprogramma’s
4.3 Bijdrage aan de Vlaamse regering
4.4 Het regeerakkoord
4.5 De één-op-één verlaten?
4.6 De structuur opnieuw op tafel
4.7 De nieuwe afbakening van de beleidsdomeinen
4.8 IVA’s met rechtspersoonlijkheid herzien
5 DE BESLUITVORMING ROND HET NIEUWE ORGANISATIEBESLUIT
5.1 Het College van ambtenaren-generaal buigt zich over het
organisatiebesluit
5.2 Het ontwerpbesluit ondergaat de bespreking in de Interkabinetten
Werkgroep
5.3 Het dossier verschuift naar het ministerieel comité
5.4 Het College van ambtenaren-generaal is de grote afwezige
6 TERUGKOPPELING NAAR DE BESLUITVORMING TIJDENS DE REGERING LETERME
7 HET PARLEMENT CONTROLEERT DE REGERING?
8 GEEN INTERESSE VOOR DE STRUCTUURHERVORMING BIJ DE POLITIEKE PARTIJEN
9 CONCLUSIE: STAKEHOLDERS IN DE STRUCTUURHERVORMINGEN TIJDENS DE
BBB HERVORMINGEN
HOOFDSTUK 6 PROCESANALYSE BETER BESTUURLIJK BELEID DE INVOERING
VAN EEN MANDAATSYSTEEM IN DE VLAAMSE OVERHEID
1 AGENDA-SETTING
2 POLICY FORMULATION
2.1 Mandaathouders in de Vlaamse overheid: een principeakkoord
2.2 Krachtlijnen voor een raamstatuut: naar een Copernicaanse
omwenteling
2.3 Terugkoppeling policy formulation
3 BESLUITVORMING OVER DE MANDAATSYSTEMEN TIJDENS DE REGERING DEWAEL-SOMERS
3.1 Een uitgestoken hand naar de oppositie
3.2 Lobby vanuit de Vlaamse administratie
3.3 Amendementen op het kaderdecreet
3.4 Afdelingshoofden in het defensief
4 BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING BETREFFENDE DE MANAGEMENT- EN
PROJECTLEIDERFUNCTIES
5 TERUGKOPPELING BESLUITVORMING
6 BESLUITVORMING OVER HET MANDAATSYSTEEM TIJDENS DE REGERING LETERME
6.1 De bestaande consensus niet verstoren
6.2 Algemeen directeurs onder mandaat of niet?
6.3 De vraag om uitstel vanuit het kabinet van de minister-president
6.4 De Vlaamse regering keurt het besluit betreffende de management-
en projectleiderfuncties goed
6.5 Het parlement wordt ingeschakeld
6.6 Het besluit wordt aangepast
6.7 Het aantal algemeen directeurs stijgt om de taart te vergroten
7 TERUGKOPPELING BESLUITVORMING MANDAATSYTEEM TIJDENS DE REGERING
LETERME
8 IMPLEMENTATIEFASE: DE AANDUIDING VAN TOPAMBTENAREN
8.1 De eerste ronde of de herplaatsing van de ambtenaren met
rang A4 of A3
8.2 De tweede ronde of de herplaatsing van de topambtenaren met
rang A2L
8.3 De derde ronde
8.4 Technieken bij het zoeken naar politieke evenwichten
8.5 Politieke evenwichten zoeken: een taak voor kabinetten en
politieke partij
8.6 Het parlement opnieuw de grote afwezige
8.7 Terugkoppeling implementatiefase
9 CONCLUSIE: STAKEHOLDERS BIJ DE WERVING EN SELECTIE VAN MANDAATHOUDERS
HOOFDSTUK 7 PROCESANALYSE COPERNICUSHERVORMING DE INVOERING VAN
EEN MANDAATSYSTEEM IN DE FEDERALE OVERHEID
1 AGENDA-SETTING
1.1 De politieke partijen
1.2 Het regeerakkoord
1.3 Twee trekkers in de regering: de eerste minister en de minister
van Ambtenarenzaken
1.4 Het parlement
1.5 Terugkoppeling agenda-setting
2 POLICY FORMULATION
2.1 De overheidscontext in een veranderende maatschappij: de
Bouillonnota
2.2 Overleg over de visie van de hervormingen in Bouillon
2.3 De hervorming wordt uitgewerkt door experten
2.4 De krijtlijnen van de hervorming: de Copernicusnota
2.5 Managementfuncties worden opengesteld voor interne en externe
kandidaten
2.6 Moeilijkheden in de coalitie over de Copernicushervorming
2.7 De hervorming krijgt groen licht van de regering
2.8 Hoorzittingen in de Senaat
2.9 Het college van secretarissen-generaal uit zijn bezorgdheid
over de plannen van de minister
2.10 Het parlement controleert de regering
2.11 Terugkoppeling policy formulation
3 BESLUITVORMING OVER DE INVOERING VAN HET MANDAATSYSTEEM IN DE
FEDERALE OVERHEID
3.1 Mandaatsystemen invoeren via een wetsontwerp
3.2 De weerstand tegen de Copernicushervorming neemt toe
3.3 Terugkoppeling naar de invoering van het mandaatsysteem in
de federale overheid
3.4 Wijziging aan de wet op het gebruik van de talen in bestuurszaken
3.5 Franstalig België in het verweer tegen de veranderingen
3.6 Het wetsontwerp wordt ingediend in de Kamer van volksvertegenwoordigers
3.7 Terugkoppeling naar de invoering van de functionele tweetaligheid
4 BESLUITVORMING OVER DE WERVING EN SELECTIE VAN MANDAATHOUDERS
4.1 Het K.B. van 2 mei 2001: eerste stappen in de zoektocht
4.2 De eerste bananenschil van de Raad van State: het arrest-Jadot
4.3 Een nieuwe start met het K.B. van 29 oktober 2001
4.4 De tweede bananenschil van de Raad van State: het arrest-Dewaide
4.5 Het K.B. van 15 juni 2004 of het bureaucratiseren van de selecties
4.6 Overzichtstabel
4.7 Parlementaire vragen tijdens de fase van de besluitvorming
4.8 Terugkoppeling naar de werving en selectie van mandaathouders
5 IMPLEMENTATIE: EMPIRISCH ONDERZOEK NAAR DE WERVING EN SELECTIE
VAN MANDAATHOUDERS IN DE FEDERALE OVERHEID
5.1 Algemeen overzicht van de selecties
5.2 Profiel van de managers
5.3 Het effect van de besluitvorming op de selecties van de mandaathouders.
6 CONCLUSIE: STAKEHOLDERS TIJDENS DE WERVING EN SELECTIE VAN MANDAATHOUDERS
IN DE FEDERALE OVERHEID
HOOFDSTUK 8 CONCLUSIE POLITIEKE ACTOREN EN BESTUURLIJKE HERVORMINGEN
1 THEORETISCH KADER: DE INBRENG VAN ACTOREN IN EEN CONCEPTUEEL KADER
VOOR DE STUDIE NAAR VERANDERING
1.1 Actoren staan centraal bij veranderingen
1.2 Een uitbreiding met stakeholder theorie
1.3 Een procesbenadering van veranderingen
1.4 Afbakenen van actoren dankzij de institutionele inbedding
van veranderingen
2 METHODOLOGIE: STUDIE VAN INTERACTIE VAN ACTOREN TIJDENS VERANDERINGSPROCESSEN
3 CONCLUSIES NAAR DE GEHANTEERDE METHODOLOGIE
4 STAKEHOLDERS IN VERANDERINGSPROCESSEN: CONCLUSIES VANUIT HET EMPIRISCH
ONDERZOEK
4.1 Agenda-setting: op zoek naar institutional entrepreneurs
4.2 Policy formulation: de krijtlijnen worden getrokken.
4.3 Besluitvorming
4.4 Implementatie
4.5 Terugkoppeling naar de afgeleide hypothesen
5 CONCLUSIES OVER HET ACTOR-CENTRED INSTITUTIONALISME VOOR HET
ONDERZOEK NAAR DE POLITIEKE ACTOR.
6 CONCLUSIES OVER DE STAKEHOLDER THEORIE
|