Rapport: Het mandaatsysteem in de Belgische federale overheid in een internationaal perspectief (2011)
Rapport: Le système des mandats de l’administration fédérale belge dans une perspective internationale (2011)
| Van Dorpe Karolien, Randour François, Hondeghem Annie & de Visscher Christian
SamenvattingDe Copernicushervorming had als doel om de Belgische federale administratie om te vormen tot een moderne en vooruitstrevende overheidsadministratie (Hondeghem & Depré, 2005). Met de introductie van het mandaatsysteem vervoegde België de internationale trend van contractualisering van de arbeids- en sturingsrelatie. Er werd een einde gesteld aan de levenslange benoeming voor topambtenaren door de invoering van hernieuwbare mandaten van 6 jaar. Ook werden mandaathouders voortaan aangestuurd d.m.v. prestatie-akkoorden onder de vorm management- en operationele plannen. In termen van de typologie van “Public Service Bargains” (PSB) kunnen we stellen dat de Copernicushervorming als doel had een “managerial public service bargain” te introduceren (Hood, 2000; Hood & Lodge, 2006). In dit rapport wordt nagegaan in welke mate het mandaatsysteem geleid heeft tot een verschuiving in de identiteit van de topambtenaren, hun institutionele relaties en hun performance management systeem. Zowel de voorzitters als de directeurs-generaal van de Federale Overheidsdiensten werden in het onderzoek betrokken. Het onderzoek gebeurde d.m.v. desk-research, een survey en diepte-interviews. Uit het onderzoek blijkt dat de traditionele administratieve identiteit van topambtenaren niet volledig vervangen werd door een nieuwe ‘manageriële’ identiteit. Een aantal aspecten van deze nieuwe identiteit hebben zich op de bestaande identiteit geënt. De institutionele relaties zijn maar in beperkte mate veranderd. De relatie met de minister wordt nog steeds als ‘hiërarchisch’ omschreven en de contacten met het parlement zijn nauwelijks geëvolueerd. De relaties met de belangengroepen kenden wel een evolutie en de relaties met de horizontale departementen ten slotte ondergingen veranderingen doch niet op een uniforme wijze. De invoering van het mandaatsysteem heeft wel gezorgd voor eensterkere sturing op prestaties i.p.v. op regels. Deze sturing op prestaties is evenwel meer waarneembaar in het begin van de performance management cyclus dan naar het einde toe. De conclusie is dat door de Copernicushervorming geen zuivere managerial public service bargain is gerealiseerd, maar dat er eerder sprake is van een hybride bargain. Elementen uit de oorspronkelijke bargain blijven doorwerken, zodat er een soort van ‘layering’ optreedt. Of dit in de toekomst zal evolueren, zal o.m. afhangen van de wijzigingen die aan het mandaatsysteem zullen aangebracht worden. InhoudstafelPartie 1: Présentation de la recherche1. Introduction 2. Methodologie 3. Situering van de Belgische case Deel 2: de afhankelijke variabelen4. Identiteit 5. Relations institutionnelles 5.5 Conclusion intermédiaire 6. Performance management Partie 3: Recommandations et conclusions7. Recommandations 8. Conclusion 9. Referenties |


