Rapport: Studie van het mandaatsysteem in een internationaal perspectief. De Britse Senior Civil Service (2011)

Van Dorpe Karolien & Hondeghem Annie
Depotnummer D/2011/10107/001

Samenvatting

De centrale onderzoeksvraag in dit onderzoek was of de contractualisering van topambtenaren een effect had op een aantal variabelen: de identiteit en rolperceptie van topambtenaren, de institutionele relaties en het prestatiemanagementsysteem. Hiertoe werden een aantal hypothesen geformuleerd.

Wat betreft onze eerste hypothese: "De invoering van een mandaatsysteem resulteert in een verschuiving van een traditionele bureaucratische identiteit van de ambtenaar naar een manageriële identiteit" is het antwoord gemengd. Een aantal deelaspecten van de identiteit en rolperceptie van topambtenaren volgden deze evolutie, doch een andere reeks aspecten bleef onveranderd voortbestaan.

De tweede hypothese: "De invoering van een mandaatsysteem veroorzaakt een verschuiving van een meer hiërarchische relatie naar een meer horizontale relatie" kan Prof. dr. Annie Hondeghem evenmin eenduidig met 'ja' beantwoord worden. Met een aantal actoren, zoals het parlement en de belangengroepen, de media en de burgers, evolueerden de relaties zeer zeker in deze zin. Met andere actoren, met name de centrale departementen was het resultaat ambigue. Met de minister en zijn persoonlijke staf evolueerde de relatie zelfs in zekere zin in omgekeerde richting. Meer dan vroeger probeert de minister de topambtenaar onder controle te houden, en steunt hij in belangrijkere mate op zijn persoonlijke staf.

Onze derde hypothese: "De invoering van een mandaatsysteem resulteert in een verschuiving van gehoorzaamheid aan de regels naar een resultaatgeoriënteerd systeem" kon wel bekrachtigd worden vanuit de empirie. Hoewel een aantal auteurs in twijfel trekken of de realiteit wel beantwoordt aan de theorie, konden we voldoende argumenten vinden om de hypothese te bevestigen, in alle fases van de prestatiemanagementcyclus.

Een tweede onderzoeksvraag had als doel te achterhalen of alle variabelen wel of niet in dezelfde richting evolueerden. Evolueerden alle variabelen in de richting van een managerial PSB of was een evolutie naar een hybride PSB waarneembaar?

Het antwoord op deze tweede onderzoeksvraag blijkt uit het antwoord op bovenstaande hypothesen. Er heeft geen volledige vervanging plaatsgevonden van de traditionele Schafferian PSB door een managerial PSB. Elementen uit de oude PSB blijven doorwerken, zodat een soort van 'layering' optreedt. In de nieuwe PSB bestaan aldus kenmerken uit de klassieke PSB naast een aantal zeer typische manageriële aspecten.

We kunnen dus concluderen dat niet alle variabelen in dezelfde richting evolueren, en dat er een hybride PSB tot stand gekomen is op het terrein. Of alle variabelen na een periode van divergentie toch nog zullen convergeren lijkt eerder onwaarschijnlijk, omdat een aantal aspecten van het New Public Management teruggeschroefd werden, en vervangen werden door joined-up government, corporate governance, whole-of-government approach, etc. Dit zijn evoluties die door sommige auteurs bestempeld worden als aspecten van het post-NPM-tijdperk (zie onder meer: Lodge & Gill, 2010; Pollitt, 2003).

Inhoudstafel

Deel 1: Inleiding & Onderzoeksopzet

1. Onderzoeksopzet
2. De Public Service Bargains-typologie
2.1. Public Service Bargains: definitie en componenten
2.2. Soorten Public Service Bargains

3. Het Verenigd Koninkrijk: algemeen
3.1. De regering
3.2. Het parlement
3.3. De ministeries
3.4. De verzelfstandigde organisaties

4. De contractualisering van topambtenaren in het Verenigd Koninkrijk
4.1. Wat is contractualisering?
4.2. Wat was de situatie voor de creatie van de SCS?
4.3. Wat is de situatie nu?

Deel 2: De contractualisering van de Britse topambtenaren

5. De Senior Civil Service (SCS)
5.1. Historiek
5.2. Tewerkstelling van de SCS
5.3. Management van de Civil Service en de Senior Civil Service
5.4. Werving, selectie en aanstelling van de kandidaten

5.4.1. De wervings- en selectieprocedure
5.4.2. De aanstellingsprocedure

5.5. Gedragscode
5.6. Mobiliteit van de Senior Civil Servants

Deel 3: De afhankelijke variabelen

6. Identiteit
6.1. Persoonlijke identiteit en demografie
6.1.1. Diversiteit
6.1.2. Politieke achtergrond en politieke benoemingen
6.1.3. Educatieve achtergrond
6.1.4. Herkomst

6.2. Rolidentiteit
6.2.1. Definiëring van de concepten
6.2.2. Toepassing in de Britse case: de rolidentiteit van de senior civil servants

6.3. Sociale identiteit
6.4. Tussentijds besluit

7. Institutionele relaties
7.1. De centrale departementen
7.2. De minister en zijn persoonlijke staf
7.3. Het parlement
7.4. De belangengroepen, de media en de burgers
7.5. Tussentijds besluit

8. Performance management
8.1. Planningsfase – voorbereiding
8.2. Opvolgingsfase – monitoring
8.3. Evaluatiefase

8.4. Act-fase – gevolgen van de evaluatie
8.4.1. Loon in de Britse publieke sector
8.4.2. Gevolgen van een negatieve evaluatie
8.4.3. Gevolgen van een positieve evaluatie

8.5. Het performance management system voor de Permanent Secretaries
8.6. Tussentijds besluit

9. Besluit
10. Toekomst
11. Lijst van contactpersonen

12. Bijlagen
12.1. Organigram van het Cabinet Office