Doctoraat:
Coördinatie binnen de Geografische Data Infrastructuur: Een analyse van de uitwisseling en het gebruik van geografische informatie in Vlaanderen (2007-2012)
Promotoren: Geert Bouckaert & Joep Crompvoets
Doctorandus:Glenn Vancauwenberghe
Financiering: IWT-Vlaanderen
Meer info spatialist
Omschrijving
Voor overheden zijn geografische data en informatie altijd al cruciaal geweest. De introductie van geografische informatiesystemen (GIS) betekende een belangrijke evolutie in het omgaan met deze data en informatie. Daar waar de focus aanvankelijk lag op het individuele gebruik binnen afzonderlijke organisaties, zien we dat deze steeds meer verschuift in de richting van het samen-gebruiken en dus uitwisselen van data over verschillende organisaties heen. Het realiseren van die uitwisseling kan beschouwd worden als een kwestie van coördinatie, waarbij afzonderlijke activiteiten en organisaties met elkaar in afstemming gebracht moeten worden. Bij het aanmaken, gebruiken en uitwisselen van geodata zijn immers verschillende diensten, organisaties en bestuursniveaus betrokken, waarbij elk van deze eenheden bevoegd is voor en gespecialiseerd is in één of meerdere taken. Om elk van deze partijen en hun activiteiten op één lijn te krijgen is coördinatie vereist.
De nood aan coördinatie doet zich daarbij voor op (minstens) drie verschillende niveaus: zowel binnen organisaties, tussen organisaties als over meerdere organisaties heen dient er gecoördineerd te worden. Binnen organisaties gaat het om coördinatie tussen verschillende diensten of personen die met geodata werken. Tussen organisaties gaat het erom of organisaties al dan niet geodata met elkaar uitwisselen, en hoe zij vorm geven aan deze uitwisseling. Over organisaties heen gaat het dan weer om de coördinatie van de data-uitwisseling binnen een volledig beleidsproces of beleidsveld. Om antwoord te bieden op deze nood aan coördinatie, kunnen overheden gebruik maken van verschillende coördinatiemechanismen. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen hiërarchische coördinatie (op basis van autoriteit), markt-gebaseerde coördinatie (via competitie en ruil) en netwerk-gebaseerde coördinatie (op basis van samenwerking en solidariteit). Het doctoraatsonderzoek wil de inzet van verschillende coördinatiemechanismen op elk van de drie niveaus analyseren. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden.
Het kwantitatieve luik omvat onder meer een netwerkanalyse van het gebruik en de uitwisseling van geodata in Vlaanderen. Deze netwerkanalyse toont aan dat de uitwisseling van geografische data in Vlaanderen wordt vormgegeven door een geheel van formele en niet-formele initiatieven, waarbij een sleutelrol is weggelegd voor het samenwerkingsverband GDI-Vlaanderen. Hoewel deze initiatieven elkaar kunnen aanvullen, zijn er ook gevallen waarin de verschillende initiatieven elkaar overlappen. De netwerkanalyse laat daarbij ook toe om de uitwisseling van geodata tussen verschillende overheidsorganisaties in Vlaanderen visueel voor te stellen. Het kwalitatieve luik van het onderzoek bestaat uit een comparatieve case study van verschillende processen binnen de overheid waarin geografische data worden aangemaakt, gebruikt en uitgewisseld over verschillende organisaties heen: de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen, de registratie van verkeersongevallen en het beheer en gebruik van adresgegevens. De analyse toont duidelijk aan hoe de inzet van coördinatiemechanismen zowel binnen als tussen de processen sterk verschillend is. Daarbij wordt in de meeste gevallen gekozen voor een combinatie van verschillende coördinatiemechanismen, en is er dus geen sprake van één dominant mechanisme.
Onderstaande figuur biedt een grafische voorstelling van het netwerk van geodata-uitwisseling in Vlaanderen. De verschillende organisaties die geografische data produceren, gebruiken en/of uitwisselen worden daarbij voorgesteld als knooppunten binnen het netwerk, die met elkaar verbonden zijn via stromen van geodata. De organisaties zijn gepositioneerd op basis van het bestuursniveau waarop zij zich bevinden: federale administraties staan bovenaan, de gemeenten helemaal onderaan. Tussen deze publieke organisaties zijn er in totaal 410 lijnen weergegeven, die wijzen op de uitwisseling van tenminste één type van geografische data.



