Onderzoeksproject: Opleidingen voor topambtenaren: een vergelijkende analyse (2010)
Omschrijving en doelstellingen
Dit kleinschalige onderzoeksproject heeft als belangrijkste doelstelling het samenbrengen van de verschillende opleidingsprogramma’s voor ambtenaren met een middelhoge tot hoge rang. Tijdens de eerste fase van het onderzoek wordt er informatie verzameld omtrent de verschillende soorten opleidingen. De onderzoeksvragen tijdens deze fase zijn
- welke vakken staan op het curriculum?
- welke onderwerpen worden behandeld en welke niet?
- welke zijn de onderwijsmethoden?
- hoe worden de opleidingen geëvalueerd?
- Wanneer we hieromtrent voldoende data in ons bezit hebben, wordt deze informatie geanalyseerd.
De bedoeling is om aan de hand van deze analyse gelijkenissen en verschillen tussen de verscheidene opleidingsprogramma’s duidelijk te maken met betrekking tot:
- het type (les)onderwerp (vooral generisch of eerder substantief? etc.)
- het aanbod van lesonderwerpen (welke topics worden behandeld en welke niet – bijvoorbeeld worden onderwerpen zoals gelijke kansen, ethische kwesties, performance management technieken, etc. aangehaald tijdens de lessen?)
- leermethoden (bijvoorbeeld: groepswerk, seminaries, face-to-face contact met de leerkracht of leren op afstand, examens, etc.)
- de agentschappen die de opleidingen aanbieden (geheel publiek zoals het Franse ENA, geheel privaat of een samenwerking tussen de overheid en één of meerdere universiteiten?)
Vervolgens trachten we te achterhalen hoe de participanten hun deelname aan de training evalueren. Naast het achterhalen wat de bevindingen van de deelnemers zijn, proberen we ook na te gaan hoe inspectiediensten, etc. tegenover de aangeboden cursussen staan.
Tijdens elke fase van het onderzoek wordt een vergelijkend perspectief gehanteerd. De bovenvermelde aspecten van de programma’s worden onderzocht in verschillende landen (Australië, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, etc.). De instituties die we onder de loep nemen zijn ondermeer ENA (Frankrijk), National School of Government (VK), ABD (Nederland), Hertie School en de Potsdam universiteit (Duitsland), Australian and New Zealand School of Government en J.F.Kennedy School of Government/Harvard University).
Methodologie
De gehanteerde werkwijze bestaat hoofdzakelijk uit interviews en een literatuurstudie.
Enkele resultaten
Aangezien dit een thema betreft dat nog niet vaak het onderwerp is geweest van een academische studie, was het hoofdzakelijk onze bedoeling om een discussie omtrent een aantal bevinding op gang te brengen.
Desalniettemin zijn dit een aantal conclusies:
- er is een grote verscheidenheid waar te nemen wat betreft de inhoud en onderwijsmethodes die aan bod komen tijdens de opleidingen;
- ondanks de verschillende eigenheid van de publieke sector in elk land zijn er toch een aantal, universele trends merkbaar zoals het toenemende belang van management training, het ontwikkelen van vaardigheden die bijdragen tot meer samenwerking over de grenzen van organisaties heen, etc;
- collectieve waarden en ethische gevoeligheden zijn belangrijker geworden;
- er is een toenemend gebruik van meer interactieve werkmethodes zoals case studies, workshops en dergelijke;
- management consultants spelen in toenemende mate een rol tijdens de opleiding (vooral in de Anglo-Saxische landen)
Publicatie
Pollitt Christopher & Op de Beeck Liesbeth (2010). Training Top Civil Servants: a comparative analysis. 128 p.Onderzoekersteam
Coördinatie: prof. dr. Christopher
Pollitt
Onderzoeksassistent: Liesbeth Op de Beeck


