Monitor Diversiteit 2005
Promotor: Leen d'Haenens
Onderzoeksmedewerker: Joyce Koeman
De Publieke Omroep in Nederland heeft de ambitie om programma's
te maken waarin mannen en vrouwen, autochtonen en allochtonen
evenwichtig vertegenwoordigd zijn. Deze ambitie is expliciet
benoemd in het Concessiebeleidsplan 2000-2010. De Monitor
Diversiteit 2005 is een vervolg op de Monitor Diversiteit
2002 (Sterk & Van Dijk, 2003) dat in kaart bracht hoe
minderheden - op basis van gender, etniciteit, leeftijd en
(zichtbare) lichamelijke handicaps - op televisie worden gerepresenteerd.
Van meet af aan was het de bedoeling dit onderzoek met een
zekere regelmaat uit te voeren. Periodiciteit, de herhaling
van de monitor met vaste intervallen, is immers van belang
om de monitor inhoudelijke beleidswaarde te geven. In de Monitor
stonden twee vragen centraal: (1) Geeft de Nederlandse Televisie
een representatief beeld van de diversiteit in de samenleving?
(2) Is er verschil tussen de publieke televisienetten en de
commerciële zenders als je kijkt naar het aandeel van
mannen en vrouwen en autochtonen en allochtonen?
Om deze vragen te kunnen beantwoorden, ligt de nadruk op de
zichtbaarheid van sprekende personen die in fictie- en non-fictieprogramma's
verschijnen. De aandacht gaat niet enkel uit naar de vraag
of bepaalde groepen in beeld komen, maar ook naar
de vraag hoe zij worden weergegeven (bijv. Hoe worden
personen aangesproken?; Welke rol/functie hebben zij?; Met
welke onderwerpen worden zij in verband gebracht?; In welke
mate zijn etniciteit, sekse en/of leeftijd prominente onderwerpen?).
Omdat de afdeling Kijk- en Luisteronderzoek in mei 2003 is
gestopt met het zelf uitvoeren van kwantitatief onderzoek
is de uitvoering uitbesteed aan de Radboud Universiteit Nijmegen,
Sectie Communicatiewetenschap i.s.m. het Departement Communicatiewetenschap,
Katholieke Universiteit Leuven.
Mediagebruik en hybride identiteiten bij jongeren
en jong-volwassenen behorende tot etnisch-culturele minderheden
in Nederland.
Promotor: Leen d'Haenens i.s.m.Karsten Renckstorf
Junior onderzoeker: Cindy van Summeren (Radboud Universiteit
Nijmegen)
Financiering: NWO & NISCO (2003-2007)
Voorliggend kwalitatief onderzoeksvoorstel bestaat uit twee
gedeeltes. In het eerste deel staat de relatie tussen de media,
in het bijzonder internet, en de nationale, etnische, culturele
en religieuze identiteitsvorming onder jongeren (12-19 jaar)
in Nederland centraal. (Nieuwe) media bieden immers de mogelijkheid
om door middel van processen zoals representatie, identificatie
en interactie de zoektocht naar een authentieke identiteit
te begeleiden, of nog, een identiteitscrisis te bestrijden
(Labouvie-Vief, 1978). Het eerste onderzoeksgedeelte richt
zich op het internet en Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en
Antilliaanse jongeren (12-19 jaar) die ook in een reeds eerder
beëindigd kwantitatief survey centraal stonden.
In het tweede onderzoeksgedeelte wordt de relatie tussen enerzijds
het gebruik van (nieuwe) media, (nieuwe) media-inhouden en
anderzijds culturele, etnische, nationale, religieuze en gender-identiteitsbeleving
onder jongvolwassenen (20-35 jaar) onderzocht. Op basis van
mediagebruikspatronen, relevante socio-demografische kenmerken
en identiteitsbeleving worden (1) types van mediaconsumenten
geconstrueerd; (2) de rol van Nederland-georiënteerde
versus thuisland-georiënteerde mediatypes en –inhouden
in de constructie en beleving van de verschillende deelidentiteiten
onderzocht en (3) de perceptie van beeldvorming van etnische
minderheden in de diverse media bevraagd.
Publieksgroepen worden hier bestudeerd als actieve betrokkenen
in het massacommunicatie-proces op basis van hun specifieke
doelstellingen, intenties en interesses. Deze actieve betrokkenheid
vormt de basis voor de interpretaties van de realiteit door
de actoren en zodoende voor hun interpretaties van media-inhouden.
A longitudinal study of the relationship between
reporting on the far right and support for far-right parties:
a Dutch-Flemish-German comparison
[Een longitudinale studie naar de relatie tussen berichtgeving
over extreem-rechts en steun voor extreem-rechtse partijen:
een Nederlands-Vlaams-Duitse vergelijking]
Promotoren: Peer Scheepers, Fred
Wester (RU)
Co-promoteren: Leen d'Haenens (KUL), Karsten
Renckstorf (RU)
Financierder: NISCO (2004-2007)
The aim of the study is to investigate differences and similarities
between reporting on the far right in Dutch, German and Flemish
newspapers. We will establish whether this reporting has changed
over the years, and if so, how, when, and with reference to
what. The newspaper articles will be subjected to systematic
content analyses, news frame analysis, and linguistic pragmatic
text analysis. The central statement of the problem is as
follows: to what extent is there a connection between reporting
on the far right in Dutch, German and Flemish newspapers and
the rise and fall of the far right in the Netherlands, the
fluctuations in Germany and the rise of the far right in Flanders
(indicated by election outcomes)?
Informatieverwerking en betekenisverlening door
Turkse en Marokkaanse jongeren en volwassenen in Vlaanderen
doorgelicht: hoe omgaan met uiteenlopende wereldbeelden in
het televisienieuws?
Promotor: Leen d'Haenens
Financierder: FWO (2006-2009)
Voorliggen onderzoeksproject wil de algehele verwerking van
nieuwsmedia onder Turkse en Marokkaanse families (alle gezinsleden,
veelal met inbegrip van de grootouders) in Vlaanderen en hun
behandeling van uiteenlopende, en niet zelden afwijkende wereldbeelden,
zoals deze tot uiting komen in het televisienieuws, in kaart
brengen. Dit zal gebeuren tegen de boven geschetste achtergrond
van afhankelijkheid van nieuwsmedia, de specifieke behoeften
van ethnische minderheden voor andere, voor hen meer relevante
informatie, de intrisieke functie van televisienieuws om directe
informatie te voorzien en de huidige, inadequate kennis over
ethnische minderheden als 'vertalers' van Vlaamse en andere
nieuwsinhouden. |