K.U.Leuven
  Zoeken naar Zoeken naar personeel Zoeken naar studenten Zoeken in het organigram Zoekmatrix Zoeken op trefwoorden
Publicaties
Onderwijs
Onderzoek

Minderheden en mediagebruik

Dit is een onderdeel van het Centrum voor Mediacultuur en Communicatietechnologie

Filmstudies | Mediabeleid en governance | Minderheden en mediagebruik | Muziekindustrie | Populaire cultuur en televisiestudies | Videogame theorie | Usability onderzoek

Leiding: Leen d'Haenens

Omschrijving

De Westerse samenlevingen zijn pluriforme samenlevingen waar vooral in en rond de steden veel allochtone groepen wonen. Demografische prognoses wijzen op een blijvende en zelfs verhoogde etnisch-culturele diversiteit. Studies wijzen ook op de alomtegenwoordigheid van de media – hiermee worden zowel de 'oude' als de 'nieuwe' media bedoeld – in de (vrije)tijdsbesteding. Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is niet meer weg te denken uit de huidige samenleving. Deze twee blijvende kenmerken worden in combinatie bestudeerd, of het nu gaat om het onderzoek naar de emancipatorische kracht van internetdiscussiefora, de meervoudige functie van televisie als informatie- en entertainmentmedium bij uitstek, of de relatieve positie van (online)-kranten in het mediamenu van relevante onderzoeksgroepen. De drieledige relatie tussen media en minderheden wordt belicht: minderheden als inhoud van de media, als mediagebruikers en als mediamakers.
De hoofdaandacht zal gaan naar de numeriek belangrijkste minderheidsgroepen zoals Turken en Marokkanen in Vlaanderen. Hoewel de centrale aandacht naar Vlaanderen en Nederland gaat, zal vergelijking met andere geografische contexten (binnen en buiten de EU) en met andere relevante groepen worden nagestreefd. Ook de rol van de overheid als contextbrenger in het vigerende minderhedenbeleid, de gemaakte keuzen en koerswijzigingen in dat beleid worden bestudeerd. Ook hier worden vergelijkingen met andere geografische contexten nagestreefd.

 
Doctoraatsprojecten

Een ‘merkwaardige' doelgroep tussen commercie en cultuur? Merkreclame als onderdeel van identiteitsconstructie en consumentengedrag onder allochtone jongeren.
Promotor: Leen d'Haenens
Doctorandus: Joyce Koeman

Het doctoraatsonderzoek bevindt zich op het gebied van media en minderheden en stelt de vraag centraal weke rol merkreclames spelen in de identiteitsconstructie en het consumentengedrag van allochtone jongeren. De aandacht gaat vooral uit naar Turkse en Marokkaanse jongeren in Nederland en Vlaanderen. Vooral hun mediagebruik is interessant omdat de combinatie tussen Nederlandstalige media en media uit het ‘land van herkomst' hen in staat stelt tussen twee culturen te laveren. Naar verwachting is deze diverse blootstelling aan media en commerciële boodschappen van invloed op de constructie van een ‘eigen' identiteit.
Het onderzoeksgebied is interdisciplinair van aard en steunt naast communicatiewetenschappelijke theorieën en marketingprincipes op theoretische perspectieven uit aanverwante disciplines. Het betreft immers een samenspel van (sub)culturen, de adolescentie, het zelfconcept en de voorkeuren en gedragingen van jonge consumenten.
Vanwege het exploratieve karakter wordt getracht aan de hand van een triangulatie van kwantitatieve en kwalitatieve methoden de uiteenlopende vragen rond ‘etnic marketing', de rol van cultuur in consumentengedrag en identiteitsconstructie, het mediagebruik en de beleving van merkreclames onder allochtone jongeren te beantwoorden.

Onderzoeksprojecten

Monitor Diversiteit 2005
Promotor: Leen d'Haenens
Onderzoeksmedewerker: Joyce Koeman

De Publieke Omroep in Nederland heeft de ambitie om programma's te maken waarin mannen en vrouwen, autochtonen en allochtonen evenwichtig vertegenwoordigd zijn. Deze ambitie is expliciet benoemd in het Concessiebeleidsplan 2000-2010. De Monitor Diversiteit 2005 is een vervolg op de Monitor Diversiteit 2002 (Sterk & Van Dijk, 2003) dat in kaart bracht hoe minderheden - op basis van gender, etniciteit, leeftijd en (zichtbare) lichamelijke handicaps - op televisie worden gerepresenteerd. Van meet af aan was het de bedoeling dit onderzoek met een zekere regelmaat uit te voeren. Periodiciteit, de herhaling van de monitor met vaste intervallen, is immers van belang om de monitor inhoudelijke beleidswaarde te geven. In de Monitor stonden twee vragen centraal: (1) Geeft de Nederlandse Televisie een representatief beeld van de diversiteit in de samenleving? (2) Is er verschil tussen de publieke televisienetten en de commerciële zenders als je kijkt naar het aandeel van mannen en vrouwen en autochtonen en allochtonen?
Om deze vragen te kunnen beantwoorden, ligt de nadruk op de zichtbaarheid van sprekende personen die in fictie- en non-fictieprogramma's verschijnen. De aandacht gaat niet enkel uit naar de vraag of bepaalde groepen in beeld komen, maar ook naar de vraag hoe zij worden weergegeven (bijv. Hoe worden personen aangesproken?; Welke rol/functie hebben zij?; Met welke onderwerpen worden zij in verband gebracht?; In welke mate zijn etniciteit, sekse en/of leeftijd prominente onderwerpen?).
Omdat de afdeling Kijk- en Luisteronderzoek in mei 2003 is gestopt met het zelf uitvoeren van kwantitatief onderzoek is de uitvoering uitbesteed aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Sectie Communicatiewetenschap i.s.m. het Departement Communicatiewetenschap, Katholieke Universiteit Leuven.

Mediagebruik en hybride identiteiten bij jongeren en jong-volwassenen behorende tot etnisch-culturele minderheden in Nederland. 
Promotor: Leen d'Haenens i.s.m.Karsten Renckstorf
Junior onderzoeker: Cindy van Summeren (Radboud Universiteit Nijmegen)
Financiering: NWO & NISCO (2003-2007)  

Voorliggend kwalitatief onderzoeksvoorstel bestaat uit twee gedeeltes. In het eerste deel staat de relatie tussen de media, in het bijzonder internet, en de nationale, etnische, culturele en religieuze identiteitsvorming onder jongeren (12-19 jaar) in Nederland centraal. (Nieuwe) media bieden immers de mogelijkheid om door middel van processen zoals representatie, identificatie en interactie de zoektocht naar een authentieke identiteit te begeleiden, of nog, een identiteitscrisis te bestrijden (Labouvie-Vief, 1978). Het eerste onderzoeksgedeelte richt zich op het internet en Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse jongeren (12-19 jaar) die ook in een reeds eerder beëindigd kwantitatief survey centraal stonden.
In het tweede onderzoeksgedeelte wordt de relatie tussen enerzijds het gebruik van (nieuwe) media, (nieuwe) media-inhouden en anderzijds culturele, etnische, nationale, religieuze en gender-identiteitsbeleving onder jongvolwassenen (20-35 jaar) onderzocht. Op basis van mediagebruikspatronen, relevante socio-demografische kenmerken en identiteitsbeleving worden (1) types van mediaconsumenten geconstrueerd; (2) de rol van Nederland-georiënteerde versus thuisland-georiënteerde mediatypes en –inhouden in de constructie en beleving van de verschillende deelidentiteiten onderzocht en (3) de perceptie van beeldvorming van etnische minderheden in de diverse media bevraagd.
Publieksgroepen worden hier bestudeerd als actieve betrokkenen in het massacommunicatie-proces op basis van hun specifieke doelstellingen, intenties en interesses. Deze actieve betrokkenheid vormt de basis voor de interpretaties van de realiteit door de actoren en zodoende voor hun interpretaties van media-inhouden.

A longitudinal study of the relationship between reporting on the far right and support for far-right parties: a Dutch-Flemish-German comparison
[Een longitudinale studie naar de relatie tussen berichtgeving over extreem-rechts en steun voor extreem-rechtse partijen: een Nederlands-Vlaams-Duitse vergelijking]
Promotoren: Peer Scheepers, Fred Wester (RU)
Co-promoteren: Leen d'Haenens (KUL), Karsten Renckstorf (RU)
Financierder: NISCO (2004-2007)

The aim of the study is to investigate differences and similarities between reporting on the far right in Dutch, German and Flemish newspapers. We will establish whether this reporting has changed over the years, and if so, how, when, and with reference to what. The newspaper articles will be subjected to systematic content analyses, news frame analysis, and linguistic pragmatic text analysis. The central statement of the problem is as follows: to what extent is there a connection between reporting on the far right in Dutch, German and Flemish newspapers and the rise and fall of the far right in the Netherlands, the fluctuations in Germany and the rise of the far right in Flanders (indicated by election outcomes)?

Informatieverwerking en betekenisverlening door Turkse en Marokkaanse jongeren en volwassenen in Vlaanderen doorgelicht: hoe omgaan met uiteenlopende wereldbeelden in het televisienieuws?
Promotor: Leen d'Haenens
Financierder: FWO (2006-2009)

Voorliggen onderzoeksproject wil de algehele verwerking van nieuwsmedia onder Turkse en Marokkaanse families (alle gezinsleden, veelal met inbegrip van de grootouders) in Vlaanderen en hun behandeling van uiteenlopende, en niet zelden afwijkende wereldbeelden, zoals deze tot uiting komen in het televisienieuws, in kaart brengen. Dit zal gebeuren tegen de boven geschetste achtergrond van afhankelijkheid van nieuwsmedia, de specifieke behoeften van ethnische minderheden voor andere, voor hen meer relevante informatie, de intrisieke functie van televisienieuws om directe informatie te voorzien en de huidige, inadequate kennis over ethnische minderheden als 'vertalers' van Vlaamse en andere nieuwsinhouden.

 
 
 
K.U.Leuven - Claim Copyright © Katholieke Universiteit Leuven | reacties op de inhoud: Ann Willems
Realisatie: Greet Louw | Laatste wijziging: 23-11-2005 | Disclaimer
URL: http://www.soc.kuleuven.be/cmc/