 |
Het theoretisch sociologisch onderzoek
richt zich voornamelijk op
- de geschiedenis van de sociologie,
- de comparatieve analyse
van verschillende sociologische stromingen,
- de algemeen sociologische theorievorming.
Daarbij wordt stilgestaan bij zowel de meer gevestigde
stromingen (zoals het symbolisch interactionisme) als
nieuwe benaderingen (zoals de sociale systeemtheorie).
Met de gelegde klemtonen spoort een grote
aandacht voor de grondslagen van de theoretische sociologie.
Vandaar het belang van onderzoek naar de rol van voorwetenschappelijke
uitgangspunten (impliciete mens- en maatschappijbeelden) voor
de sociologische vraagstelling en theorievorming. Tevens worden
de methodologische opties die hieruit voortvloeien bestudeerd,
evenals de consequenties voor de kennis van de sociale werkelijkheid.
Wetenschapsfilosofische, epistemologische en wetenschapssociologische
vragen zijn dan ook een belangrijk bestanddeel van het onderzoek.
In de omgang met het theoretisch pluralisme binnen de sociologie
wordt een tolerante opstelling aangehouden. De afdeling staat
open voor de studie van gelijk welke sociologische benadering
van de sociale realiteit : ze onderzoekt deze op haar verdiensten
en eventuele limieten voor een betere kennis van het sociale.
Tijdens de voorbije jaren werden
diverse onderzoekslijnen uitgezet.
- Een eerste belangrijke lijn is de studie
van interpretatieve vormen van sociologische theorievorming
(symbolisch interactionisme, ethnomethodologie,
) en
het grondslagenonderzoek van
theoretische kaders (structuratietheorie, e.a.) die de spanning
tussen een micro- en een macrobenadering van de sociale werkelijkheid
willen overstijgen. De noemer 'self, interaction and society'
kan aangeven op welke wijze dit recent werd vertaald : aan
de hand van het verschil tussen individu en samenleving worden
maatschappij- en interactietheoretische bijdragen aan thema's
nader uitgediept.
- Een tweede onderzoekslijn sluit aan bij de differentietheoretische'
wending in de theorievorming. In concreto heeft deze interesse
voor het zgn. poststructuralisme
zich vooral vertaald in een grote aandacht voor de contemporaine
ontwikkelingen binnen de (Duitse) sociale systeemtheorie.
Ook binnen deze onderzoekslijn valt een grote nadruk op grondslagenkwesties
en de vergelijking met andere sociologische benaderingen,
bijvoorbeeld aangaande de conceptualisering van de sociale
orde-vraag en de maatschappelijke rol van moraal.
- Een derde, recent geïnitieerde onderzoekslijn is de
kritische studie van de bijdrage van de sociobiologie
en de evolutiepsychologie tot de kennis van de sociale
orde. Met deze optie wordt, net als binnen tweede onderzoekslijn,
ook de vruchtbaarheid van een interdisciplinair georiënteerde
sociologische theorievorming afgetast.
|