- Home
- Afrika verteltd als intercultureel erfgoedproject
- Vlamingen en Afrikanen
- Thema's
- Métissage
- Algemene informatie
- Historische context
- Verhalen
- Analyse van de (eerste) getuigenissen
- Gemengde huwelijken: cultuurverschillen of machtsstrijd?
- Taalverschillen
- Eurafrikanen van de eerste generatie: in het reine met zichzelf en met hun afkomst
- Familiegeheimen
- Zelfidentificatie
- Racisme en andere uitsluitingmechanismen
- Racisme als uiting van een cultuurverschil?
- Pleegzorg in Centraal Afrika en Vlaanderen
- Bronnen
- Eetculturen
- Expo 58
- Religieuze ruimtes
- Sociocultureel leven
- Métissage
- En verder
- Archieven
Racisme als uiting van een cultuurverschil?
Ingediend door Bambi op Vrij, 2006-09-08 13:39. ::
Daniel en Irène spreken het meest nadrukkelijk over Congolese vooroordelen tegenover Eurafrikanen. Toch valt het op hoe loyaal een aantal getuigen zich opstellen tegenover Congolezen: "off the record" zijn ze best bereid kritische uitspraken over hen te doen, maar niet voor de microfoon. Bewust of onbewust suggereren getuigen die wijzen op de hartelijkheid, de gastvrijheid, de generositeit van Afrikanen, dat als zij minder racistisch zouden zijn dan Europeanen, dit te maken heeft met een cultuurverschil. In het licht van de Rwandese genocide, de vroegere burgeroorlogen in Congo, Liberia en Sierra Leone, de huidige burgeroorlog in Ivoorkust en de catastrofale toestand in Darfur in Sudan, is het moeilijk die stelling vol te houden.
Een constante in vrijwel alle gesprekken is echter dat Belgen mensen beoordelen op hun uiterlijk en Afrikanen op culturele elementen, zoals accent, lichaamstaal, enz.: Je mag het grootste deel van je hele leven in Vlaanderen hebben doorgebracht, maar voor vele Belgen (Vlamingen) blijf je zwart op basis van je huidskleur. Maar zelfs als je een groot deel van je jeugd in Congo of Rwanda hebt doorgebracht, dan nog zien Congolezen en Rwandezen aan de manier waarop je je beweegt en spreekt onmiddellijk dat je er al lang niet meer of nooit gewoond hebt of en dus geen “echte” Congolees of Rwandees meer bent.
Studies tonen aan dat kinderen travestieten vlugger herkennen als verklede mannen of vrouwen dan volwassenen en er is minstens een verhaal bekend van een Française die verkleed als man tijdens de achttiende eeuw de zeereis naar Tahiti had gemaakt zonder dat de andere matrozen iets in de mot hadden, ondanks het ontstellende gebrek aan privacy op schepen, maar die door Tahitianen onmiddellijk werd ontmaskerd. Dit betekent niet dat Afrikanen en Tahitianen zoals kinderen zijn en een natuurlijk, intuïtief besef hebben van de “ware” identiteit van personen. Volgens die redenering zouden Congolezen Jean-Jacques onmiddellijk herkennen als “een van hen”, terwijl ze daarentegen weinig moeite hebben vast te stellen dat hij in geen tijden meer in Congo gewoond heeft en a.h.w. gedeculturaliseerd is. In zoverre dat menselijk gedrag cultureel is, kan het worden aangeleerd. Alleen dat stelt travestieten in staat om door te gaan voor iemand van het andere geslacht. Cultureel gedrag heeft echter niet alleen te maken met bewuste, uiterlijke gedragingen. Mogelijk zien Congolezen en Rwandezen, zoals Tahitianen en kinderen (die zich mogelijk vaak spelend verkleden, maar daarom geen travestieten zijn) als buitenstaanders beter doorheen de onbewuste, uiterlijke gedragingen omdat ze niet geleerd hebben zich alleen te fixeren op bewuste, uiterlijke gedragingen. Dat heeft niets te maken met ontwikkelingsverschillen. Ik kan hier geen uitspraken doen over kinderen of Tahitianen. Maar wat Congolezen en Rwandezen betreft, speelt mogelijk vooral het feit dat incorporatie in de groep er altijd veel meer te maken had met culturele factoren dan met fysieke, zoals huidskleur. Traditioneel maakten historici en antropologen een onderscheid tussen Europese maatschappijen die gekenmerkt zouden zijn door "wealth in things" (rijkdom in dingen) en Afrikaanse samenlevingen die voorkeur gaven aan "wealth in people" (rijkdom in mensen). mechanismen zoals adoptie, (fictieve) verwantschapsrelaties, pleegzorg enz. maakten dat vele sub-Saharaanse samenlevingen vrij probleemloos vreemdelingen konden inlijven en de status toekennen van leden van de eigen groep. In het licht daarvan verwijzen de bloedige conflicten waarnaar hierboven werd verwezen naar een grote breuk met eerdere gebruiken. Er bestaat ongetwijfeld racisme, gebaseerd op uiterlijke kenmerken die worden toegeschreven aan hele groepen mensen in Afrika bezuiden de Sahara, maar het is niet te ontkennen dat er zich op het continent historisch, gedurende lange tijd, geen ideologieën hebben ontwikkeld die wat dat betreft vergelijkbaar zijn met het zogenaamde wetenschappelijke racisme van Europeanen en Amerikanen. De uitspraken van getuigen in dat verband wijzen erop dat Congolezen en Rwandezen in het algemeen nog altijd mensen eerder classificeren als “een van ons” of “een vreemdeling” op basis van cultureel, aangeleerd gedrag dan op basis van fysieke kenmerken waarop ze zelf als individu geen vat hebben, zoals huidskleur, haarstructuur enz. Lucia’s opmerking dat haar zoon in Essen meer last had van het feit dat hij van Antwerpen was dan dat hij Eurafrikaans was, suggereert dat het in bepaalde contexten in lokale gemeenschappen in Vlaanderen niet anders is. Historici hebben trouwens aangetoond dat de Belgische staat, tijdens de eerste vijftig jaar van zijn bestaan, weinig begaan was met het onderscheid tussen Belgen en niet-Belgen, dat ze als minder belangrijk beschouwde als het verschil tussen wat we nu autochtonen en allochtonen noemen. Een analyse van parlementaire debatten toont aan dat kamerleden geen stereotiepe ideeën hadden over vreemdelingen en onderscheidden hen minder op basis van hun nationaliteit dan op basis van het feit dat ze een bedreiging zouden vormen voor de sociale orde, in het bijzonder de belangen van de bezittende klasse. Ze vonden het vanzelfsprekend dat scholing, buurtschap en gemeenschapsleven op de Belgische grond niet-Belgen zou transformeren in Belgen. De ontwikkeling van het onderscheid tussen Belgen en niet-Belgen hangt samen met de uitbouw van de welvaartstaat en in lokale gemeenschappen kan, in bepaalde contexten, iedereen die uit de localiteit komt, beschouwd worden als een vreemdeling, of hij nu uit een ander land, uit een andere gemeente of uit een andere parochie komt.
